Help gehandicapte kinderen aan meer sport

Help gehandicapte kinderen aan meer sport

Leerlingen met een handicap kunnen in de gymles een aantal beperkingen hebben ten opzichte van kinderen in het reguliere onderwijs. Beperkingen zijn echter geen grenzen die niet verlegd kunnen worden! Met dit artikel probeer ik aan te geven dat met behulp van technische aanpassingen en de introductie van een nieuw spelidee meer mogelijkheden geboden kunnen worden. Artikel is reeds geplaatst in Lichamelijke Opvoeding van de KVLO: nr 13, nov 2005.

Niets is onmogelijk

verbreed het bewegingsonderwijs voor leerlingen met een handicap

Leerlingen met een handicap kunnen in de gymles een aantal beperkingen hebben ten opzichte van kinderen in het reguliere onderwijs. Beperkingen zijn echter geen grenzen die niet verlegd kunnen worden! Met dit artikel probeer ik aan te geven dat met behulp van technische aanpassingen en de introductie van een nieuw spelidee meer mogelijkheden geboden kunnen worden.

Het zal opvallen dat de ontwikkelingen vooral er op gericht zijn om het verschil in de groep te verminderen zodat meer leerlingen meer op dezelfde wijze kunnen deelnemen aan de activiteiten.

Op de HALO volgen de laatstejaars studenten een profiel. Eén van de te volgen profielen is het vrije keuzeprofiel. Voor dit profiel volgt de student ongeveer een half jaar een opleiding in het verlengde van de HALO. Daarna wordt een stage gelopen. Gangbare opleidingen in het vrije keuzeprofiel zijn Fysiotherapie, PABO, Ergotherapie, Pedagogiek en Bewegingswetenschappen.

Zelf heb ik veel belangstelling voor techniek. Ik wilde graag het vrije keuzeprofiel gebruiken om vanuit de techniek iets te gaan ontwikkelen voor de sportwereld. Ik dacht daarbij eerst aan het reguliere bewegingsonderwijs, de duiksport en bewegingsonderwijs voor kinderen met een handicap.. Frank Jacobs, HALO-begeleider van het vrije keuzeprofiel, stimuleerde mij in de richting van laatst genoemde.

Het eerste semester van het schooljaar heb ik Werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit te Delft gestudeerd. Ik heb het reguliere programma met de eerstejaars studenten meegedraaid, waarna ik ook alle tentamens heb gemaakt. Vooral de mechanicavakken gingen goed en dat zijn juist de vakken die goed bij mijn afstudeerprofiel zouden passen omdat ik iets tastbaars wilde maken. Het projectonderwijs stimuleert het creatief en oplossingsgericht denken. Vooraf gezien een ideale voorbereiding dus.

In februari ben ik op de Mytylschool Ariane de Ranitz te Utrecht begonnen aan vijf weken stage. Naast het analyseren van de bewegingsactiviteiten die in die periode aan bod kwamen heb ik zelf mee gegymd (ook in een rolstoel) en vooral veel les gegeven. Met deze manier van stage lopen hoopte ik een veelzijdig beeld van materialen en activiteiten te krijgen.

Rolstoelhockey

Bij het rolstoelhockey voor beginners is mij een aantal zaken opgevallen:
  • de bal rolt te snel met als gevolg dat hij moeilijk te controleren is.
  • sommige kinderen met een (sterk) verminderde armfunctie spelen niet met een hockeystick maar krijgen een T-stick voorop de rolstoel bevestigd. Extra spelregel hierbij is ‘beschermd balbezit’ als de bal in het T-stick is. Echter, de bal rolt hier vrij snel weer uit. De speler kan de bal nooit remmen, eigenlijk alleen maar versnellen
  • de bal rolt vaak per ongeluk onder een rolstoel door of er tegen aan waardoor hij buiten bereik van de spelers is.

Het spelidee van rolstoelhockey komt bij deze beginnergroep nog niet tot zijn recht. Ik heb geprobeerd oplossingen te vinden om het spelidee er beter uit te laten komen.

Het eerste punt is gemakkelijk op te lossen door met een langzamer rollende bal te spelen. Het tweede punt is erg lastig. Het spelen met een stick is te belastend. De bal en de stick zijn relatief erg zwaar, daarnaast is de stick ook erg lang. Het gewicht zou verlaagd kunnen worden (er bestaan al hockeysticks en ballen in diverse gewichten), maar de lengte van de stick kan nauwelijks verminderd worden vanwege de hoogte van de rolstoel. Met een dergelijk lang ding een bal spelen blijft zwaar. Dus kom je bij het T-stick terecht. Tenzij de bal op hoofdhoogte blijft zweven. Hierdoor wordt de afstand van de speler tot de bal vele malen kleiner. Maar hoe verwezenlijk je dat? Het derde punt is grotendeels verholpen als er met een grotere bal gespeeld wordt. Ook bij dit punt is een tweede oplossing een bal die op hoofdhoogte blijft zweven. Hierdoor kan hij niet onder de rolstoel komen

Vanuit deze overwegingen kwam ik bij –wat ik noem- plafondhockey terecht.

Plafondhockey

Het spel is te vergelijken met rolstoelhockey. De bal wordt vervangen door een ballon gevuld met helium (gewoon te koop in funshops) en de hockeysticks door vliegenmeppers. Beide lichte materialen dus. Daarnaast zijn de doeltjes op hoofdhoogte en een stuk groter. De ballon wordt op hoofd hoogte gehouden door een horizontaal gespannen net. De spelers rijden onder dit net en kunnen met de vliegenmepper de ballon onder meer pushen, dribbelen, drijven en samenspelen. Beide partijen verdedigen elk een doel wat gevormd wordt door twee lintjes die aan het net (= plafond) zijn geknoopt. Doel van het spel is om de ballon bij de tegenpartij in het doel te spelen, tussen de twee lintjes door dus.

Na het spel meerdere keren gespeeld te hebben in het reguliere basisonderwijs en op de Mytylschool in Utrecht is mij wederom een aantal zaken opgevallen:
  • De ballon verplaatst zich bij dit spel juist te langzaam. Hierdoor is het overspelen erg moeilijk.
  • Sommige leerlingen kunnen alsnog niet de stick hanteren. Voor hun heb ik een ‘waaier’ gemaakt bestaande uit drie vliegenmeppers die op het blad van de rolstoel bevestigd wordt.
  • Als de ballon boven een rolstoel is dan is hij niet speelbaar voor alle spelers. Zeker voor degenen met een ‘waaier’ is hij onspeelbaar.

Het spelidee van rolstoelhockey kwam eigenlijk niet beter tot zijn recht, zoals de bedoeling was. Het spel blijkt meer geschikt als extra doelspel in plaats van een plaats in de leerlijn van het rolstoelhockey. Als extra doelspel kan het spel zeker zijn nut hebben in de gymles omdat het erg gemakkelijk is om te spelen waardoor veel leerlingen het kunnen spelen. Verder kunnen niet alleen kinderen in een rolstoel wat aan dit spel hebben maar ook ‘de lopers’. Tal van leerdoelen binnen diverse leerlijnen kunnen bedacht worden voor dit spel. Er kunnen onder het net ook allerlei oefeningen uitgevoerd worden. Bijvoorbeeld de bovenhandse strekworp door de ballon simpelweg met de blote hand (die bij deze oefening op reikhoogte hangt) zover mogelijk te slaan. Ook geschikt voor volleybal om de bal te leren smashen met een gestrekte arm. Met een badmintonracket in de hand is deze oefening geschikt in de leerlijn badminton. Ook kunnen er parcours afgelegd worden met diverse speelsticks.

Het spel werd door de kinderen erg leuk gevonden en zou daardoor ook voor recreatiedoeleinden gebruikt kunnen worden.

Schommelen

Tijdens mijn periode van lesgeven en analyseren viel op dat bij het schommelen niet iedereen in staat is om geschommeld te worden, laat staan zelfstandig te schommelen. De wat oudere leerlingen die niet zelfstandig op de schommel kunnen klimmen zijn vaak te zwaar om er door de vakleerkracht op getild te worden. Dit lukt doorgaans ook niet met behulp van een eventueel aanwezige klassenassistent. Een kind kan wel tegen de 100 kilogram wegen! Het is natuurlijk vervelend als leerlingen daardoor niet kunnen schommelen.

Ik vind het erg belangrijk voor deze leerlingen om toch te schommelen. Naast het psychische aspect (dezelfde activiteiten als klasgenoten kunnen doen) kan het voor kinderen met een spasme een leerdoel zijn om tijdens de spanning van het schommelen het spasme (deels) te beheersen. Verder doen ze een unieke bewegingservaring op die niet met andere activiteiten opgedaan kan worden

Voor deze leerlingen heb ik –wat ik noem- de Tilzakschommel bedacht.

De Tilzakschommel
Het systeem van de tilzakschommel is vrij eenvoudig. De bestaande ring- of hijsinstallatie die in vrijwel elke gymzaal te vinden is, wordt gekoppeld aan de tilzak. De tilzak is een bestaand instrument om rolstoelrijders met behulp van een tillift uit hun stoel te tillen. De tilzak wordt via de rug onder het kind getrokken waarna er twee bevestigingspunten bij de rug zitten en er twee tussen de benen komen. Deze vier punten komen met vier lijnen aan de ringen te hangen.

In gymzalen met elektrische hijsunits kan het kind met behulp van de elektromotor uit de rolstoel gehesen worden. Doorgaans hebben deze een hijsvermogen van ongeveer 75 kg. Wanneer twee units tegenover elkaar komen te hangen kunnen beide units gekoppeld worden.. Nu kan er ongeveer 150 kg kan worden gehesen. Er zit nu echter een knik in de schommelbeweging. De rode lijn geeft de bewegingsbaan aan.

Deze knik is niet wenselijk tijdens het schommelen. Om dit te voorkomen moet er nog een constructie tussen beide uiteinden komen. Dit doe ik met –wat ik noem- een ‘scharnierend platform’. Hiermee wordt als het ware het bekende ‘vliegende tapijt’ gevormd. Veel docenten bewegingsonderwijs doen dit in de les met gebruik van een dikke mat als tapijt. Er is nu een soepele schommelbaan gecreëerd. Je kan zien dat de touwen (blauw) strak blijven.

Het ‘scharnierend platform’, met groen aangegeven, verbindt de hijsunit met de tilzak. Om te voorkomen dat het kind tijdens het schommelen zijn/haar hoofd kan stoten heeft de constructie een open structuur.

Wanner de bevestigingspunten van de rug aan de ene unit komen te hangen en de punten van de benen aan de andere unit zal het kind in de voorzwaai overdreven naar voren kantelen en in de achterzwaai te veel achterover neigen. Dit heb ik opgelost door de vier bevestigingspunten van de tilzak in het midden van dit platform vast te maken. Er is nu maar één scharnierpunt in plaats van twee. Dit zorgt voor een comfortabele en stabiele schommelpositie.

Toepassing voor niet-elektrische ringstellen
Niet iedere gymzaal beschikt over de luxe van elektrische hijsunits. Voor zulke installaties is een andere toepassing nodig. In plaats van een scharnierend platform wordt er een ratelsysteem aan de ringen gehangen. De vier punten van de tilzak hangen aan een (stalen) balk waar een ratel op zit. Op deze balk is ook een lijn bevestigd die naar de bovenste (stalen) balk gaat en via twee katrollen weer terug naar beneden gaat, de ratel in. De bovenste balk wordt aan de ringen gehaakt. Nadat de tilzak onder het kind is geschoven en de tilzak aan de onderste balk is bevestigd, kan de leerling uit de rolstoel gehesen worden. Nu kan er geschommeld worden. De leerkracht kan telkens een zetje geven om de leerling te laten schommelen. Maar omdat het hoofd, de romp, de armen en de benen in de tilzak vrijer te bewegen zijn kan de schommel makkelijker zelfstandig in zwaai gehouden worden. Het kind kan leren de vrije lichaamsdelen zo te gebruiken dat hij/zij zelf de zwaai kan vergroten of onderhouden.

Voor de toekomst

Tijdens mijn vijf weken stage en de daarop volgende periode heb ik aan de hiervoor beschreven ontwikkelingen gewerkt. Een flinke klus die een minieme bijdrage heeft geleverd. De leerlijnen waarmee ik me heb bezig gehouden, rolstoelhockey en schommelen, zijn slechts twee van de twaalf leerlijnen die er tegenwoordig zijn. Alle Mytylscholen zijn al jaren hard aan het werk om alle leerlijnen toe te kunnen passen voor hun type onderwijs. Het basisdocument kan hiervoor als prima leidraad dienen. Mijn advies: Tijdens het uitproberen van een willekeurige activiteit moet er nauwkeurig geanalyseerd worden. Lukt het? Zo ja: mooi! Zo nee: waarom niet? Wat is de beperkende factor? Kan deze factor beïnvloed worden? Na het beantwoorden van deze vragen komt de grootste uitdaging: Het vinden van een oplossing. Bedenk: niets is onmogelijk.

E-mail uw reactie naar: FerdinandvanderNeut@hotmail.com
© 2007 - 2012 Ferdinand, gepubliceerd in Overige sport (Sport) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Speciaal onderwijs Speciaal onderwijs is verdeeld in verschillende scholen, voor kinderen met verschillende handicaps. De…
Soorten basisonderwijs In Nederland is het basisonderwijs onderverdeeld in verschillende groepen. Soms roepen de termen v…
Onderwijs in Nederland In nederland is het voor ieder kind verplicht om onderwijs te volgen voor 12 volledige jaren. De m…
LGF, leerling gebonden financiering (rugzakje) In de volksmond wordt het vaak een 'rugzakje' genoemd, de leerling gebonde…
Woningaanpassing voor gehandicapte uit WMO: wees mondig Iemand die een handicap heeft, heeft recht op een woningaanpassin…

Reageer op het artikel "Help gehandicapte kinderen aan meer sport"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Reactie

Vleeskind, 21-01-2008 14:48 #1
Cool idee inderdaad dat plafonhokkie! Heb al ballonnen aangeschaft, nu de meppers nog! :-) Bedankt voor uw tips!

Infoteur: Ferdinand
Rubriek: Sport
Subrubriek: Overige sport
Reacties: 1
Schrijf mee!