Doelen stellen in sport

Als je in het leven iets wil bereiken dan is het handig om duidelijke doelen voor ogen te hebben. In de sport is dat niet anders. Een voetballer die geen doel heeft zal in de wedstrijd niet erg hard zijn best doen. Of, omdat zijn doel niet duidelijk is voert hij zijn taak helemaal niet goed uit. Voor trainers en coaches is het dan ook een erg nuttige truc om hun sporters duidelijke doelen mee te geven. Het doel van voetbal? Scoren! En het liefst vaker dan de tegenstander dat bij jou doet. Dat is doelen stellen zoals het vaak bij de onwetende sporter gebeurt. Echter, als je eventjes kritisch naar voetbal kijkt is het niet moeilijk om te ontdekken dat scoren slechts een klein deel van het spel is. Een verdediger houdt zich bijvoorbeeld zelden bezig met scoren, maar heeft hele andere doelen voor ogen. Zou je als coach zeggen dat scoren het belangrijkste doel is, dan zou het penalty gebied van je tegenstander vol komen te staan met 11 aanvallers, met desastreuze gevolgen voor je eigen verdediging. Nee, met doelen stellen moeten we dus toch iets genuanceerder om gaan.

Waarom doelen stellen

Om kort het effect van doelen stellen te introduceren even een experiment. Houdt uw handen omhoog, zo hoog mogelijk in de lucht, zonder op te staan uit de stoel. Hou dit 5 seconden vol, twee armen hoog in de lucht. Probeer na 5 seconden uw handen nog één moment net iets hoger te doen en laat daarna uw handen zakken. Dit is doelen stellen in een notendop.

De meeste mensen die dit doen komen aan het eind van de 5 seconden nog net iets hoger dan in de rest van het experiment. Terwijl de opdracht de hele tijd was om uw handen zo hoog mogelijk te houden. U kon dus uw handen nog hoger doen, alleen maar door als doel te stellen om uw handen nog hoger te houden! Goed gestelde doelen kunnen dus prestaties bevorderen!

SMART

De SMART methodiek is een manier van doelen stellen, zoals die in het hele leven gebruikt kunnen worden. SMART geeft een aanbeveling over hoe een goed gesteld doel er uit ziet. Doelen moeten namelijk Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden zijn. Op die manier wordt de optimale prestatie uit een sporter gehaald.

Specifiek

Wanneer zal een zwemmer meer zijn best doen? Bij de opdracht, ‘ga maar 5 minuten lang sprinten’, of bij de opdracht ‘ga 15 banen sprinten op 100%, met steeds 10 seconden rust tussen de sprints’. Bij de tweede opdracht is het niet geheel duidelijk wat er van de sporter verwacht wordt. 5 minuten sprinten achter elkaar kan immers niet, hoeveel rust krijgt de sporter dan? Is sprinten op 90% ook goed genoeg? Een opdracht moet specifiek gesteld zijn zodat een sporter precies weet wat hij moet doen. Ook in voetbal gaat het zo, een aanvaller krijgt specifieke aanvalsdoelen, terwijl een verdediger specifieke verdedigingsdoelen krijgt.

Meetbaar

Doe goed je best bij de wedstrijd! Klinkt als een goede instelling, maar na de wedstrijd, wie weet er dan wie zijn best heeft gedaan? Is dat de luie spits die 1 keer gescoord heeft, maar wel 85 minuten uit zijn neus heeft lopen eten of is dat de spits die helaas niet gescoord heeft, maar vaak de cruciale eindpass heeft gegeven? Om je doelen te kunnen evalueren moet je ze meetbaar stellen. Een spits kan dan als doel hebben om een x aantal schoten op doel te maken en een middenvelder zoveel geslaagde passen. Zo kan je de doelen evalueren en kan de speler ook motivatie putten uit het feit dat hij zijn doelen haalt (of net niet haalt).

Acceptabel

Er moet voldoende draagvlak zijn om je doelen uit te voeren. Als slechts de helft van een team het doel accepteert, zal het de prestatie niet ten goede komen. Een manier om de doelen acceptabel te maken is om niet als trainer/coach doelen op te leggen bij sporters, maar om die doelen samen te ontwikkelen.

Realistisch

De doelen moeten natuurlijk wel realistisch zijn. Als een nieuwe coach bijvoorbeeld bij Willem 2 komt en verteld dat zijn doel is volgend seizoen de eredivisie te winnen zal niemand hem serieus nemen. Ook de spelers zullen dan niet vol voor dit doel gaan. En ook als hij de mensen wel zo ver krijgt om in zijn doel te geloven, dan ben je er nog niet. Want doelen die je niet haalt werken demotiverend. Wordt je slechts 7e terwijl je 1e wilde worden, dan is dat geen bron van motivatie om nog hard door te werken.

Tijdsgebonden

Om wel die motivatie te krijgen moeten doelen ook tijdsgebonden zijn. Je kan als trainingsdoel hebben om met een oefening 10 keer tot een goed schot te komen. Leuk, maar als je de tijd hebt om de oefening 100 keer te doen, dan zijn die 10 schoten niet zo goed meer. Echter als je stelt ‘het doel is om binnen 5 minuten in de oefening tot 10 schoten te komen, dan heb je ook een controleerbaar resultaat.’ Omdat je dan na die tijdsperiode een label op kan plakken met ‘doel gehaald’ of ‘doel niet gehaald’ dan kan het gebruikt worden om motivatie uit te putten.

Waar richt je je doelen op?

Nu weten we hoe we doelen moeten stellen. De vraag is nu alleen, waarop stellen we het doel om op een optimale prestatie uit te komen. Hierbij is taakgerichtheid het kernwoord! De beste gedachte die in het hoofd van een sporter kan spelen is ook ‘ik en mijn taak’. Het alleen maar bezig zijn met het uitvoeren van de taak die belangrijk is. De Duitse psycholoog Eberspächer baseerde hier zijn model van aandachtscirkels op. Coachen moeten dan ook proberen hun sporters op de taken te richten.
Je moet niet scoren, je moet schieten! Een goed schot is immers belangrijker dan een slecht afgewerkte bal die wel toevallig in het goal terecht komt. Bovendien kan een speler het schot goed afwerken en toch missen, einddoel-gericht coachen (je moet scoren) zorgt dan voor demotivatie, je doel is niet gehaald. En dat terwijl je misschien wel alles goed deed en je taak dus goed uitvoert. Taakgericht coachen motiveert dan dus meer.

Tenslotte nog de notie dat je doelen altijd buiten jezelf moet stellen. Voor een wielrennen moet het doel bijvoorbeeld niet te gaan om zo hard te fietsen dat hij de pijngrens bereikt, nee hij moet zo hard fietsen dat hij een auto bijhoudt, of een kopgroep inhaalt. Zo leg je doelen buiten jezelf (externe focus) en dat werkt beter dan een interne focus. Denk maar eens na, zodra een mens na gaat denken over hoeveel hij kan, vindt hij juist zijn grens. Als je daar niet over nadenkt kan je die grens voorbij, dat kan met een externe focus en dus extern gestelde doelen. Lees hier meer over externe doelen.
© 2011 - 2020 Steven2389, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hoe verhoog ik mijn motivatie om te sporten?Hoe verhoog ik mijn motivatie om te sporten?Beginnen met sporten is voor veel mensen het probleem niet, maar het sporten blijven volhouden kan vanwege allerlei rede…
Externe focus voor sportersExterne focus voor sportersMaarten Ducrot, oud wielrenner, psycholoog en nu presentator bij de NOS komt met een interessant maar ook leuk verhaal.…
Sportieve SMART- afsprakenSportieve SMART- afsprakenIn het bedrijfsleven wordt het principe van SMART-afspraken al jaren toegepast, maar vreemd genoeg heeft het even wat ti…
10 redenen om alleen te sportenSamen sporten is hartstikke gezellig, veilig en werkt voor sommigen ook motiverend. Samen sporten is ook een uitstekende…

Dressuurwedstrijd: voorbereiding voor paard en ruiterOp dressuurwedstrijd gaan is niet zomaar je proefje rijden. Je moet goed voorbereid aan de wedstrijd beginnen, als je ru…
Aandachtscirkels van EberspächerWelke gedachten spelen een rol om sporters een optimale prestatie mogelijk te maken en welke gedachten saboteren juist d…

Reageer op het artikel "Doelen stellen in sport"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Steven2389
Gepubliceerd: Februari 2011
Rubriek: Sport
Subrubriek: Diversen
Schrijf mee!