InfoNu.nl > Sport > Geschiedenis > De Olympische helden van Innsbruck 1964

De Olympische helden van Innsbruck 1964

De Olympische helden van Innsbruck 1964 Voorafgaand aan de Winterspelen vielen twee doden te betreuren. De Engelse rodeler Kazimierz Skrzykecki en de Australische skiër Ross Milne overleden tijdens de trainingen. De Winterspelen gingen vanzelfsprekend gewoon door in Innsbruck, waar sneeuw en ijs van elders moesten worden gehaald. Ondertussen zijn de Winterspelen – dit is editie nummer negen – uitgegroeid tot een megaspektakel. Er doen al meer dan duizend sporters aan mee, maar voor het eerst zijn er meer functionarissen en meer journalisten aanwezig dan atleten.

Overzicht

In 1964 keert het bobsleeën weer terug in het programma, en is het rodelen voor mannen, vrouwen en dubbel nieuw. Het skispringen van de kleine schans (70 meter) krijgt er een groter broertje bij, de 90 meter-schans. Tot slot wordt de vijf kilometer langlaufen voor vrouwen aan het programma toegevoegd. De Sovjet Unie wint met overmacht het medailleklassement, thuisland Oostenrijk wordt knap tweede dankzij vooral veel eremetaal bij het alpine skiën. Voor Nederland droeg Ard Schenk - op deze Spelen nog volledig anoniem met slechts een dertiende plek op de 1500 meter – de vlag.

Sjoukje Dijkstra (Nederland – kunstrijden)

In Innsbruck won Nederland voor het eerst een gouden medaille bij de Olympische Winterspelen. Het was niet toevallig dat Sjoukje Dijkstra de gelukkige was. De kunstrijdster uit Akkrum timmerde al enige jaren aan de weg en kwam ook als wereldkampioen naar Innsbruck. Al op 14-jarige leeftijd deed Dijkstra mee aan de Spelen in Cortina d’Ampezzo, waar ze twaalfde werd. Vier jaar later legde ze beslag op het zilver. Vanaf dat jaar was ze ongenaakbaar: Europees kampioen sinds 1960, wereldkampioen in 1962 en 1963. En 1964 werd haar topjaar, waarin ze alle titels won. Met gemak overigens, in Innsbruck werd ze door alle negen juryleden op de eerste plaats gezet. Meteen na de Spelen stopte Dijkstra met de amateursport om bij Holiday on Ice in shows op te treden.

Toralf Engan (Noorwegen) en Veikko Kankkonen (Finland) (skispringen)

In 1964 werd voor het eerst van twee schansen gesprongen: de 70 meter- én de 90 meter-schans. Thoralf Engan (28) en Veikko Kankkonen (24) verdeelden de belangrijkste medailles onder elkaar: Kankkonen won met een redelijke voorsprong op Engan de wedstrijd op de 70 meter, Engan draaide de rollen om op de 90 meter schans. Voor Kankkonen en Engan was Innsbruck het absolute hoogtepunt van hun sportieve carrière. Al won Kankkonen daarnaast nog wel vier springwedstrijden van het beroemde Vierschansentoernooi: twee in het seizoen 1963/64 en twee in het seizoen 1965/66. Hij plaatste zich echter niet meer voor de Spelen in Grenoble, in 1968. Engan werd wereldkampioen op de kleine schans in 1962 en won nog de Nieuwjaarswedstrijd van Garmisch-Partenkirchen in 1963.

Christine en Marielle Goitschel (Frankrijk – skiën)

De Franse zusjes Christine (19 jaar) en Marielle (18 jaar) Goitschel nemen in Innsbruck voor het eerst deel aan de Olympische Spelen. Van de twee had Marielle het meeste talent, Christine werd voor deze Olympische Spelen eenmaal Frans kampioen op de slalom (1962) en een keer op de reuzenslalom (1963), Marielle was wereldkampioen in de combinatie in 1962 en zilveren medaille-winnaar op de slalom in hetzelfde jaar. In Innsbruck zijn de beide zusjes even succesvol. Op 1 februari op de slalom pakte Christine Goitschel het goud, terwijl Marielle op 0,91 seconden, nog ruim voor de nummer drie, zilver kreeg. Twee dagen later draaiden ze de rollen om: Mariëlle won, Christine eindigde in dezelfde tijd als Jean Saubert als tweede en veroverde zilver. Na deze Spelen was de carrière van Christine snel voorbij (enkelbreuk), Marielle werd nog regelmatig wereldkampioen en won in 1968 in Grenoble nog een gouden medaille op de slalom.

Sixten Jernberg (Zweden – langlaufen)

Na 1956 en 1960 lukte het langlaufer Sixten Jernberg in 1964 om voor de derde keer als een held van de Olympische Spelen de geschiedenis in te gaan. Jernberg was ondertussen 35 jaar, maar nog niet versleten. Op de 15 kilometer werd hij derde en moest hij Ero Mäntyranta (Finland) en Harald Grönningen (Noorwegen) voor zich laten. Op de 30 kilometer werd hij slechts vijfde. Maar op de 50 kilometer was Jernberg nog een klasse apart. Ruim een minuut voor zijn landgenoot Assar Rönland veroverde hij opnieuw goud. En als tweede loper in de vier keer tien kilometer was Jernberg met zijn landgenoten net iets beter dan Finland en de Sovjet Unie.

Ero Mäntyranta (Finland – langlaufen)

Als jongste medaille-winnaar bij het langlaufen in Squaw Valley (goud op de vier keer tien kilometer estafette) werd er vier jaar later wel wat verwacht van Ero Mäntyranta. Gelukkig voor de Fin lukte dat ook helemaal. Mäntyranta won zowel de 15 als de 30 kilometer met ruime voorsprong op zijn concurrenten. Als slotloper op de vier keer tien kilometer lukte het hem niet de Zweden in te halen, en was zilver zijn deel. Vier jaar later in Grenoble was Mäntyranta wat minder succesvol, al is zilver op de 15 kilometer en brons op zowel de 30 kilometer als op de estafette natuurlijk ook niet niks. In Sapporo 1972 werd de Fin slechts 19e op de 30 kilometer, en in datzelfde jaar testte hij positief op doping: amfetamine. Dat laatste werd echter onder het tapijt geschoven.

Eugenio Monti (Italië – bobsleeën)

(Nog) geen goud voor deze bobsleeër, maar wel de eerste ontvanger van de Pierre de Coubertin-medaille voor sportiviteit voor een sporter op de Winterspelen. Nadat Monti in 1956 al zilver won in Cortina d’Ampezzo in zowel de tweemans- als de viermansbob, was hij de jaren erna de grote kampioen. En de gedoodverfde favoriet in Innsbruck, omdat hij ondertussen al acht keer wereldkampioen was geworden. In Squaw Valley was geen bobsleebaan gebouwd, de ondertussen 36-jarige Monti hoopte in Innsbruck eindelijk Olympisch goud te winnen. Dat lukte niet. Monti pakte tweemaal brons, maar toonde zich vooral een sportief door de Britse tweemansbob een bout aan te bieden waardoor ze in de laatste run aan de start konden verschijnen en goud wonnen. Monti en zijn mecaniciens repareerden ook de Canadese viermansbob, die vervolgens ook goud won. Die Pierre de Coubertin-medaille voor Monti was volkomen verdiend.

Lidia Skoblikova (Sovjet Unie – schaatsen)

Al in 1960 was Lidia Skoblikova met twee keer goud succesvol op de langste afstanden, de 1500 en de 3000 meter. Het niveau van het damesschaatsen is dan nog matig. Langzaam wordt het beter, waarbij vooral de Russische schaatssters aan de weg timmeren. Skoblikova werd in 1963 al wereldkampioen allround in Japan door alle afstanden te winnen. Datzelfde was ze van plan in Innsbruck. En dat lukte. Van 30 januari tot en met 2 februari wint Skoblikova achtereenvolgens de 500, de 1500, de 1000 en de 3000 meter. Landgenoot Irina Jegorova pikt nog twee zilveren kruimels op. Vier jaar later eindigt het Olympische avontuur van Skoblikova in Grenoble, waar de dan bijna 29-jarige blijft steken op een elfde plek op de 1500 meter en een zesde plek op de 3000 meter. Met zes gouden medailles staat Skoblikova echter nog steeds vierde op de ranglijst van meest succesvolle sporters op de Winterspelen ooit.

Lees verder

© 2013 - 2019 Kempes, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Schaatsen tijdens de Winterspelen van 1964 in InnsbruckFeiten en weetjes over de Olympische Winterspelen van 1964, gehouden in Innsbruck, met nadruk op de schaatssport.
Alle winterspelen en Nederlandse medailles op een rijAlle winterspelen en Nederlandse medailles op een rijDe Olympische Winterspelen 2018 werden in februari gehouden. Voorafgaande aan deze spelen viel Nederland tijdens voorgaa…
Welke olympische sporten zijn er?Tijdens de Olympische Spelen van 2012 in Londen zullen ongeveer 10.500 atleten in 26 sporten strijden om de medailles. W…
Schaatsen op de Olympische Winterspelen: 1500 meter mannenSchaatsen op de Olympische Winterspelen: 1500 meter mannenDe 1500 meter, ook wel de schaatsmijl genoemd, is een officiële schaatsafstand bij het langebaanschaatsen en staat sinds…
Bronnen en referenties
  • http://www.schaatsstatistieken.nl
  • http://www.olympics30.com/
  • http://www.olympischsporterfgoed.nl/cms/showpage.aspx?id=9826
  • Het Groot Guinness Olympische Spelen Boek (1983), Stan Greenberg. Utrecht, Luitingh BV, ISBN 90-245-0818-5
  • www.iifh.com
  • http://www.sportuitslagen.org
  • www.sports-reference.com
  • www.sportgeschiedenis.nl
  • http://data.fis-ski.com/

Reageer op het artikel "De Olympische helden van Innsbruck 1964"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Kempes
Gepubliceerd: 23-12-2013
Rubriek: Sport
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Olympische Winterspelen
Bronnen en referenties: 9
Schrijf mee!