Wattagemeters in het wielrennen

Wattagemeters in het wielrennen Het wielrennen heeft een grote evolutie ondergaan. Vroeger werd er gewoon op het gevoel getraind. Als je moe was had je goed getraind, als je niet moe was dan had je een slechte training achter de rug. Later schakelden renners over op trainingen in hartslagzones. Dit is een belangrijk gegeven in het hedendaagse wielrennen en zeker bij wielertoeristen is dit momenteel de trainingsmanier bij uitstek. De profs doen het echter op een andere manier. Zij trainen op wattage. Maar wat betekent dit nu?

Hoe begin je er aan?

Allereerst zal je om effectief te moeten trainen op wattage of vermogen een inspanningstest laten afnemen in een gespecialiseerd centrum zoals Energy lab of de Bakala Academy. Tijdens deze test zal je tegen weerstand moeten fietsen op een ergometer. Je begint bij een lage startweerstand, bij deze weerstand wordt naar je hartslag gekeken. Ook wordt er bloed afgenomen om te kijken hoeveel milimol melkzuur er in je bloed zit per liter. Hoe hoger het aantal mmol/l des te hoger je verzuring is. Na een vooraf bepaalde tijd zal de weerstand worden verhoogd en zal men opnieuw naar de hartslag kijken en het aantal mmol/l melkzuur bepalen in het bloed. Dit blijft doorgaan totdat de persoon niet meer verder kan. Op deze manier ziet men welke vermogens de persoon kan trappen in de verschillende hartslagzones.

Wat is hier dan het doel van?

Na deze test weet je welke vermogens je kan trappen in bepaalde hartslagzones. Nu is het doel het vermogen omhoog krijgen zodat je meer vermogen kan ontwikkelen bij dezelfde hartslag. Stel dat je bij een hartslag van 135 bpm een vermogen kunt ontwikkelen van 250 watt, zal het doel zijn om door training je vermogen op te trekken zodat je bij een hartslag van 135 bpm een vermogen kan ontwikkelen van bv. 270 watt

Aerodynamica

Bij profploegen is een vermogensmeter tevens een zeer effectief middel om de aerodynamica van de fietspositie te bepalen. Zeker in een tijdrit streeft men ernaar een zo hoog mogelijke snelheid te ontwikkelen met een zo laag mogelijke wattage. Iemand die 400 watt moet ontwikkelen om 50km/u te halen zal meer krachten overhouden dan iemand die 450 watt moet ontwikkelen om dezelfde snelheid te halen. Door een meer aerodynamische positie te vinden door het vergelijken van de ontwikkelde wattages zal de renner sneller kunnen rijden met eenzelfde vermogen.

Wat heb ik nodig?

Om te trainen op vermogen heb je een vermogensmeter nodig. Het meest gebruikte systeem bij de profrenners is het SRM-systeem. Het SRM (Schroberer Rad meßtechnik)-systeem meet de hoeveelheid vermogen in watt die de renner op de cranks en het kettingblad uitoefent. Het nadeel van dit systeem is dat de SRM-vermogensmeters zeer duur zijn. Het goedkoopste model begint rond de prijs van 1428 euro en het duurste model schommelt rond de prijs van 2380 euro (situatie 2016). Deze prijsverschillen zitten in de verschillende cranksets (pedaalarmen en kettingbladeren). Hoe duurder je crankset is, hoe hoger de prijs. Door deze hoge prijzen voelen maar weinig wielertoeristen zich aangetrokken tot het trainen op vermogen. Er zijn echter ook andere systemen zoals Stages powermeters (gebruikt door Team Sky). Deze meters hebben met een adviesprijs van om en bij 1000 euro een iets goedkoper prijskaartje maar zou ook net ietsje minder nauwkeurig zijn aangezien bij stages enkel de kracht wordt gemeten op de pedaalarm. Desondanks de iets lagere prijs blijft 1000 euro ook nog een serieuze hap uit het budget van de wielertoerist.

Is het nuttig om op wattage te trainen?

Het is zeer zeker nuttig om op wattage te trainen. Elke prof traint met een vermogenmeter en de ploegen bestuderen de ontwikkelde vermogens van hun renners aandachtig om hun verbeteringen te kunnen inschatten. Profs rijden natuurlijk op het allerhoogste niveau waarbij elk procentje verbetering het verschil kan maken tussen winst en verlies. Dit is echter niet het geval voor de doorsnee wielertoerist waardoor het misschien niet echt nuttig is voor een wielertoerist om een vermogensmeter aan te schaffen en in plaats van op vermogen gewoon op hartslag te blijven trainen. Trainen op hartslag is eveneens een zeer doeltreffende methode om de conditie te verbeteren. Wielertoeristen die meedoen aan wielerwedstrijden zoals de marmotte en dergelijke cyclosportieve wedstrijden kunnen eventueel wel overwegen om te trainen op vermogen.
© 2016 - 2020 Allaboutracing, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Jongeren zetten zich in bij maatschappelijke stagesDe overheid wil de maatschappelijke stage invoeren, deze stage houdt in dat je een aantal uur naar school gaat en daarna…
Het kubbspel: werpspel in teamsHet kubbspel is een relatief onbekend spel dat steeds aan populariteit wint. Het is een spel voor klein en groot waarbij…
Waar vind je een stage? Onderzoek Nationale StagebankWaar vind je een stage? Onderzoek Nationale StagebankGoed nieuws voor wie een stageplek zoekt: in lastigere economische tijden wordt het vinden van een stage... minder lasti…
Vrijwilligerswerk en maatschappelijke stagesTegenwoordig hoor je van steeds meer mensen dat ze, naast hun gewone werk, ook nog aan vrijwilligerswerk doen. Het wordt…

Hardlopen met compressiekousenHardlopen met compressiekousenGoede sportkleding is niet alleen belangrijk voor de afvoer van zweet en het doorlaten van frisse lucht, maar kan ook bi…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Pexels, Pixabay
  • http://stagescycling.com , 4 april 2016
  • http://www.srm.de/home/, 4 april 2016
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Schoberer_Rad_Messtechnik, 4 april 2016

Reageer op het artikel "Wattagemeters in het wielrennen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Allaboutracing
Gepubliceerd: 06-04-2016
Rubriek: Sport
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!