InfoNu.nl > Sport > Geschiedenis > De Olympische helden van Nagano 1998

De Olympische helden van Nagano 1998

De Olympische helden van Nagano 1998 In de strijd om de organisatie wint het Japanse Nagano het van onder andere Salt Lake City en het Spaanse Jaca. Als organiserend land doet Japan het zeker niet slecht, met in totaal vijf keer goud bij het schaatsen, freestyleskiën, skipringen en bij het shorttracken. Winnaar van het landenklassement is Duitsland, voor Noorwegen. De Duitsers blinken uit in veelzijdigheid: de twaalf gouden medailles worden in zes verschillende sporten behaald, . Nummer twee Noorwegen pakt ook nog tien keer goud.

Overzicht

Het wordt steeds drukker op de Olympische Spelen bij. Het aantal deelnemende landen stijgt naar een nieuw record: 72. En er komen weer drie nieuwe sporten bij: snowboarden (vier onderdelen), curling (mannen en vrouwen) en ijshockey voor vrouwen. Leuk voor die deelnemers, maar het zijn geen sporten die het gemiddelde niveau opkrikken of lang zullen blijven hangen in de gedachten van alle volgers.

Bjorn Daehlie (Noorwegen – langlaufen)

Voor de derde keer een van de helden van een Olympische Spelen. Als 30-jarige zijn dit zijn laatste Spelen. Op de 30 kilometer waant hij zich snel kansloos en hobbelt zo naar zijn slechtste eindklassering op de Spelen ooit: twintigste. Het blijkt geen voorbode voor ellende. Enkele dagen later is Daehlie weer de oude en wint hij de 10 kilometer, ruim voor de Oostenrijker Markus Gandler. Op de achtervolging is Daehlie eveneens favoriet, maar sluipt Thomas Alsgaard in zijn kielzog en blijft daar twintig minuten zitten. Het lukt Daehlie niet hem van zich af te schudden en met een ferme sprint wint Alsgaard het goud. Op de estafette werken beide Noren weer goed samen en haalt Alsgaard hetzelfde trucje uit. Nu blijft hij irritant achter de Italiaan Silvio Fauner zitten, om wederom met een laatste sprint Noorwegen (én Daehlie) het teamgoud te bezorgen. Dan komt voor Daehlie zijn laatste Olympische race. De 50 kilometer, niet per se zijn favoriet. De Noor begint langzaam, maar slokt iedereen van achteruit op. Bij kilometer 40 neemt hij de leiding over van de Oostenrijker Christian Hoffmann. Daehlie perst er alles uit wat hij heeft, om op de finishlijn doodvermoeid in elkaar te zakken. Met uiteindelijk acht seconden voorsprong op de Zweed Niklas Jonsson heeft Daehlie echt geschiedenis geschreven. Een totaal van twaalf Olympische medailles, waarvan acht goud, staat achter zijn naam. Nog steeds een record voor de Olympische Winterspelen.

Kazuyoshi Funaki (Japan – skispringen)

Net als in Sapporo 1972 stijgen de Japanse skispringers in eigen huis boven zichzelf uit. De meeste kansen worden vooraf Kazuyoshi Funaki (winnaar van het Vierschansentoernooi deze winter) en wereldkampioen Masahiko Harada toegedicht. Op de 70-meter schans lijkt Harada met de beste eerste sprong goed op weg. In de tweede sprong doet ook Funaki (uiteindelijk zilver) het bijzonder goed, maar gaat de Fin Jari Soininen hem net voorbij. Als allerlaatste springer faalt Harada een beetje, en krijgt Soininen de gouden medaille omgehangen. Net als in 1994 houdt Harada het vervolgens niet droog voor de camera’s. Vier dagen later is er een tweede kans. Op de 90-meter schans plaatsen drie Japanners zich na de eerste sprong bij de beste zes, maar gaat de Oostenrijker Andreas Widhölzl aan de leiding. Harada (zesde) noteert de beste tweede sprong en klimt nog naar brons. Funaki (vierde) doet het ook voortreffelijk in een door de jury als perfect beoordeelde stijl. Soininen bijt zich erop stuk en Widhölzl zakte met zijn tweede sprong naar plek vier. Het eerste goud voor Japan is binnen. Het tweede volgt weer twee dagen later, maar niet zonder slag of stoot. Opnieuw Harada verprutst zijn sprong, waardoor Japan na de eerste sprongronde slechts vierde staat. Gelukkig maakte Harada dat in zijn tweede sprong goed, waarna Japan in vreugde uitbarst alsook Funaki een prima sprong neerzet en goud zeker stelt. In 2002 in Salt Lake City komt Funaki niet verder dan ereplaatsen: negende op de 70-meter schans, zevende op de 90-meter schans en vijfde met het team.

Georg Hackl (Duitsland – rodelen)

Rodelen is geen grote sport, maar als je drie keer achter elkaar goud veroverd tijdens de Olympische Spelen, dan ben je wel een groot sportman. De Duitser Georg Hackl heerst vijftien jaar lang in het eenmansrodelen. In 1988 neemt hij als 21-jarige in Calgary voor het eerst deel aan de Spelen. De Oostduitser Jens Müller is nog beter, maar Hackl verovert wel de zilveren medaille. In 1992 en 1994 wint hij vervolgens goud. Tweemaal eindigt de Oostenrijker Markus Prock als tweede. In 1992 op flinke achterstand, in 1994 heeft Hackl uiteindelijk na vier races een totaaltijd die slechts dertienduizendste seconde (!) beter is dan die van Prock. In Nagano is de Duitser weer ouderwets oppermachtig en verovert hij zijn derde gouden medaille op rij met een halve seconde voorsprong. Zijn laatste medaille is weer zilver in Salt Lake City 2002. Hackl is dan al 35 jaar, maar doet ook in Turijn nog een poging. Mede door een virusinfectie en een armblessure reikt hij in zijn zesde Olympische Spelen niet verder dan de zevende plek.

Larisa Lazutina (Rusland – langlaufen)

Al sinds 1992 neemt Larisa Lazutina deel aan Olympische Spelen. In dat jaar wint ze met het team van het GOS ook haar eerste gouden medaille, op de estafette. Vier jaar later herhaalt ze dat, maar individueel wil het nog niet zo lukken. In Nagano is dat helemaal anders. Lazutina is dan al 32 jaar, maar in topvorm. Op alle onderdelen pakt ze een medaille. Voor de derde keer goud op de estafette, maar ook solo. Lazutina is vooral als sprinter bijzonder goed en kan beide stijlen, klassiek en vrije stijl, goed aan. Op de 5 kilometer – na deze Spelen vervangen door de 10 kilometer - is de Russin veel te sterk voor de verrassende nummer twee, de Tsjechische Katerina Neumannova. Ook de combinatie wint ze, voor landgenote Olga Danilova. Op de langere afstanden moet Lazutina genoegen nemen met zilver op de 15 kilometer en brons op de 30 kilometer.
In 2006 wint Lazutina nog eens twee keer goud en een keer zilver, maar worden die medailles haar bijna twee jaar later alsnog afgenomen vanwege dopinggebruik. Een flinke smet op het blazoen van Lazutina, die misschien wel haar heel carrière in een ander daglicht stelt.

Hermann Maier (Oostenrijk – skiën)

De bijnaam van Hermann Maier,‘The Herminator’, zegt eigenlijk genoeg. De Oostenrijker is vooral specialist op de snellere onderdelen van de ski-sport en combineert techniek met een soort doodsverachting. Maier start als eerste op de combinatie. Die is door de weersomstandigheden voor het eerst omgedraaid: eerst de slalom en dan pas de afdaling. Maier wordt achtste op de slalom, maar omdat de afdaling opnieuw wordt uitgesteld, verschijnt Maier daar uiteindelijk nooit aan de start. ’s Ochtends neemt hij namelijk al deel aan de Olympische afdaling, waar hij na 18 seconden meters in de lucht vliegt en een gigantische smak op z’n hoofd maakt. Vanzelfsprekend zit de combinatie-afdaling er diezelfde dag niet meer in. Net als de rest van het programma, eigenlijk. Maar Maier staat drie dagen later wel weer gewoon op de ski's, om aan de Super G deel te nemen. Een klein wonder, en zeker omdat Maier zelfs wint. Ook de reuzenslalom, weer drie dagen later, wordt een prooi voor de Herminator. Hij wint beide races en eindigt ruim voor zijn landgenoot Stephan Eberharter. Meer Olympische medailles laten acht jaar op zich wachten. In 2001 krijgt hij een zwaar motorongeluk – Salt Lake City 2002 is meteen onhaalbaar - en in 2006 is Maier al 33 jaar. Toch pakt hij in Turijn nog zilver op de Super G en brons op de reuzenslalom.

Gianni Romme (Nederland – schaatsen)

Romme is in zijn jeugd geen supertalent. Waarschijnlijk is dat ook lastig, als je specialisme de lange afstanden zijn. Pas als 23-jarige komt hij echt in beeld, in 1996. Hij wint goud op het WK Afstanden op de 10.000 meter. Een jaar later doet hij hetzelfde en dan begint zijn superjaar, 1998. In Nagano laat hij zijn tegenstanders ver achter zich. Op de 5000 leidt Rintje Ritsma als Romme in de laatste race tegen de Noor Kjell Storelid als een waanzinnige van start gaat. Al na 1000 meter ligt hij ruim op kop, en dat houdt hij vol tot het einde. Met een nieuw wereldrecord van 6.22,20 verovert Romme zijn eerste goud in Nagano. Op de 10.000 meter zette Romme opnieuw een fantastisch nieuw wereldrecord neer, maar moet een aantal concurrenten nog van start gaan. Niemand komt echter in de buurt. Bob de Jong verovert zilver op tien seconden, Ritsma brons op dertien seconden. In Salt Lake City in 2002 is de suprematie van Romme verdwenen. Hij kan zich amper kwalificeren voor de 10.000 meter, maar verovert wel zilver achter landgenoot Jochem Uytdehaage.

Katja Seizinger (Duitsland – skiën)

In twee eerdere Olympische Spelen wint de Duitse Katja Seizinger al een keer goud (afdaling, 1994) en brons (Super G, 1992). Verder is vooral 1994 een grote teleurstelling omdat Seizinger op drie onderdelen de finish niet eens haalt, maar uitvalt. De Duitse is in Nagano echter in topvorm en vastberaden het goed te doen. Dat blijkt op de Super G nog niet. Seizinger is favoriet, maar haar team kiest voor een verkeerde soort wax. De Duitse blijft daardoor steken op de zesde plek, de Amerikaanse Picabo Street (goud) blijft de Oostenrijkse Michaela Dorfmeister (zilver) 0,01 seconden voor. Revanche laat even op zich wachten. De afdaling wordt twee dagen uitgesteld, vanwege het weer. Maar dan slaat Seizinger ook echt toe. Als eerste van de favorieten zet ze een scherpe tijd neer, waar ook Pirnilla Wiberg (Zweden, zilver) niet aankomt. Voor het eerst prolongeert met Seizinger een skister haar titel van vier jaar eerder op de afdaling. Daarna staat de combinatie op het programma: een keer een afdaling, twee keer een slalom. Seizinger wint de afdaling, maar omdat de betere slalommer Wiberg tweede staat, is Wiberg de favoriet voor aanvang van de twee slalomritten. De Zweedse blijft echter achter een poortje haken en Seizinger wint opnieuw goud. Tot slot pakt ze ook nog brons op de reuzenslalom om zo als ski-koningin van Nagano de boeken in te gaan. Door een hardnekkige blessure stopt Seizinger in 1999 met de wedstrijdsport.

Marianne Timmer (Nederland – schaatsen)

In 1997 wordt voor het eerst duidelijk dat Marianne Timmer een speciaal talent was. Op het WK afstanden in Warschau wint ze de duizend meter en behaalt ze brons op de 1500 meter. Daarmee is ze een outsider voor de Olympische Spelen van Nagano, ruim achter bijvoorbeeld de Canadezen Cathriona Lemay (1000 meter) en Christine Witty (1000 en 1500 meter) en natuurlijk de Duitse Gunda Niemann (1500 meter). Het pakt helemaal anders uit. Op de 1500 meter schaatst ze totaal onverwacht een nieuw wereldrecord. Daarna moeten alle favorieten nog van start, maar ze bijten zich allemaal stuk op die tijd. Nummer twee Gunda Niemann komt bijvoorbeeld meer dan een seconde tekort. Drie dagen later op de 1000 meter mag Timmer als een van de laatsten van start, en ze zet opnieuw de beste tijd neer, een Olympisch record. Alleen de Canadese Christine Witty vormt nog een gevaar. De tijden gaan gelijk op tot 600 meter, maar dan verliest Witty alsnog een paar tienden van seconden. Acht jaar later op de Olympische Spelen van Turijn piekt Timmer nog een keer op de 1000 meter. Ze wint heel verrassend wederom goud, nipt voor de grote favorieten Cindy Klassen en Ani Friesinger. Daarmee is ze ook de eerste Nederlandse schaatser die goud wint op twee verschillende Winterspelen.

Tsjechië (IJshockey)

Het toernooi in 1998 is het eerste toernooi waarbij de profs uit de Noord-Amerikaanse NHL niets meer in de weg wordt gelegd om deel te nemen. Toch wint niet Canada of de Verenigde Staten, maar Tsjechië. De Tsjechen spelen een prima toernooi, al verliezen ze in de groepsfase wel van Rusland en gaan ze slechts als de nummer twee uit hun groep door naar de kwartfinale. In die kwartfinale verslaan ze de Verenigde Staten met 4-1. In de halve finale is Canada de tegenstander. Na een gelijke stand volgt een shoot out, waarin Dominic ‘The Dominator’ Hasek, een van de beste goalies aller tijden, de pogingen van alle vijf de Canadese aanvallers pareert en Tsjechië naar de winst leidt. In de finale tegen – wederom - Rusland is een enkele goal van Petr Svoboda voldoende voor het goud.

Lees verder

© 2014 - 2019 Kempes, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Gianni Romme: de man van MarsGianni Romme was een Nederlandse langebaanschaatser die tegenwoordig de coach van onder andere Anni Friesinger is. Hij w…
Schaatsen op de Olympische Winterspelen: 5000 meter mannenSchaatsen op de Olympische Winterspelen: 5000 meter mannenDe 5000 meter oftewel de 5 kilometer schaatsen voor mannen wordt sinds de allereerste Olympische Winterspelen verreden.…
Jan Bos: eerste Nederlandse wereldkampioen sprintJan Bos is een langebaanschaatser die zich heeft gespecialiseerd in de sprint. In 1998 werd hij de allereerste Nederland…
Catriona LeMay-DoanCatriona Lemay-Doan is een voormalig Canadees langebaanschaatster die zich toegelegd had op de sprintafstanden, met name…
Programma snowboarden op de Olympische Winterspelen 2018Programma snowboarden op de Olympische Winterspelen 2018Snowborden is één van de sporten die beoefend wordt tijdens de Olympische Winterspelen 2018 in Zuid-Korea. Ook Nederland…
Bronnen en referenties
  • http://www.schaatsstatistieken.nl
  • http://www.olympics30.com/
  • http://www.olympischsporterfgoed.nl/cms/showpage.aspx?id=9826
  • www.iifh.com
  • http://www.sportuitslagen.org
  • www.sports-reference.com
  • www.sportgeschiedenis.nl
  • http://data.fis-ski.com/

Reageer op het artikel "De Olympische helden van Nagano 1998"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Kempes
Gepubliceerd: 02-02-2014
Rubriek: Sport
Subrubriek: Geschiedenis
Special: Olympische Winterspelen
Bronnen en referenties: 8
Schrijf mee!