Een dressuurpaard trainen door middel van balkjes
Weinig dressuurpaarden springen tegenwoordig nog een hindernisje. Zonde, want het trainen van een dressuurpaard met behulp van hindernisbalkjes of cavaletti’s en sprongetjes kan een buitengewoon nuttige aanvulling zijn op de gewone (dressuur)training. Hoog hoeft de hindernis helemaal niet te zijn. Wat zijn de voordelen en hoe pak je een dergelijke training aan?
Afwisseling in de training van een dressuurpaard
Elke dressuurruiter wil graag het atletisch vermogen van zijn paard verder ontwikkelen. Als ruiter probeer je dit te bereiken door veel afwisseling aan te brengen in de training. Dit kan door veel overgangen te maken, door regelmatig de houding van het paard te veranderen en door het rijden van zijgangen. Ook vanaf de grond kan deze afwisseling worden verkregen, door je paard bijvoorbeeld af en toe (bijgezet) te longeren. Weinig ruiters werken hierbij echter met balkjes/cavaletti’s en hindernissen. Zowel onder het zadel als aan de longe kunnen deze gebruikt worden. Dit lijkt een ondergewaardeerde manier van het trainen van een dressuurpaard.
Doel van het gebruik van balkjes
Een training met balkjes op de grond nodigt het paard uit om zijn achterbenen hoger op te tillen en verder naar voren, onder de massa, te plaatsen. Tevens moet het voorbeen bewuster opgetild en naar voren gezet worden. Het gebruik van cavaletti’s kan dit effect nog extra versterken doordat deze op verschillende hoogtes boven de grond geplaatst kunnen worden. Door het paard een sprongetje te laten maken moet het paard krachtig afzetten, de rug opbollen en vervolgens de bovenlijn strekken. Een training met balkjes en één of meer hindernisjes komt de algehele souplesse ten goede en in het bijzonder het ruggebruik. Het paard zal zijn hele lichaam moeten gebruiken. Tevens verbetert deze vorm van training de balans en de coördinatie van een paard. Daarnaast kan deze training bijdragen aan het opbouwen van een betere conditie en meer kracht. Als bonus is het ook een hele leuke afwisseling voor een dressuurpaard.
Stapbalkjes
Een reeks balkjes op 80 à 90 centimeter afstand van elkaar leent zich erg goed om een staptraining te doen. Vooral een paard met een relatief korte stap met weinig schoudervrijheid kan hier veel baat bij hebben. Elk balkje dwingt het paard zijn voorbeen bewust op te tillen en ver voor zich uit te zetten. Het zelfde geldt voor het achterbeengebruik. Door de balkjes regelmatig een paar centimeter verder uit elkaar te leggen dient het paard steeds moeite te doen om de stappas over de balk te maken. Dit leidt er toe dat de stap van het paard meer rek en ruimte krijgt, het voorbeen royaler weggezet wordt en het achterbeen actiever door gaat treden.
Drafbalkjes
Het hangt van het bewegingsmechanisme van het paard af wat de goede afstand is voor drafbalkjes. Dit kan variëren van een dikke meter tot anderhalve meter. Het paard is door de balkjes genoodzaakt zijn achterbenen hoger op te tillen, waardoor er meer buiging in de gewrichten van de achterhand ontstaat. De rug zal soepeler worden en de buikspieren zullen extra aangespannen worden. Het voorbeen kan ruimer weggezet worden en er ontstaat dan meer schoudervrijheid. Er zal sprake zijn van een langer zweefmoment in de draf. Een paard dat uit zich zelf al groot beweegt zal leren zijn drafpas te verkorten en een paard met weinig ruimte in de beweging leert zijn passen juist te verlengen. De meeste paarden hebben tijd nodig om het goede ritme en de cadans te vinden om over de balken te draven.
De balkjes kunnen op één rechte lijn of op een halve cirkel worden neergelegd. Dat laatste kan bijdragen aan het verbeteren van de lengtebuiging, omdat het binnenachterbeen dan extra gestimuleerd wordt om verder onder de massa te komen.
Galopbalkjes en hindernisjes
De afstand waarop galopbalkjes dienen te liggen zal variëren van 2,5 tot 3 meter. Dit kan op een rechte lijn, maar eveneens op een (halve) cirkel. Ook hier zal het soms even zoeken zijn naar de meest geschikte afstand voor het paard. Door de training met balkjes kan de takt en de souplesse in galop verbeteren. Een paard zal krachtiger gaan galopperen en meer van de grond springen. Door de toevoeging van een laag hindernisje wordt dit effect nog versterkt. Eigenlijk is het springen van een hindernis te zien als een soort grote galopsprong. Een rijtje kleine hindernisjes achter elkaar op ongeveer 3,5 meter afstand (in-uitjes) bevorderen het ruggebruik. Het paard zal zijn bovenlijn steeds moeten ‘bollen’ boven de sprong. Het paardenlichaam zal als een soort trekharmonica moeten gaan functioneren en dit komt de souplesse ten goede. Daarnaast zal het paard door dergelijke sprongetjes steeds behendiger worden.
Geschikt voor elk gezond dressuurpaard
Met balkjes kan een hele leuke en afwisselende training opgezet worden. Je kunt heel veel variatie aanbrengen door te spelen met het lijntje, de afstanden of de hoogtes. Belangrijk is wel dat de oefeningen geleidelijk worden opgebouwd, zodat het paard ook de kans krijgt om het gevraagde goed uit te voeren. Hoe meer balkjes of sprongetjes achter elkaar aan, hoe zwaarder de training zal zijn. Een hindernis hoeft helemaal niet hoog te zijn om effectief te zijn, dus in principe is deze manier van trainen voor elk (gezond) dressuurpaard geschikt. Zowel fysiek als mentaal is dit een goede aanvulling op de gewone dressuurtraining. De meeste paarden hebben er ook zichtbaar plezier in… en dat is toch wat we allemaal willen?!