InfoNu.nl > Sport > Overige sport > Een correcte vliegende galopwissel rijden

Een correcte vliegende galopwissel rijden

Een correcte vliegende galopwissel rijden De vliegende galopwissel, ook wel een changement genoemd, is een oefening waarbij een ruiter het paard van de ene galop naar de andere galop laat springen. De galopwissel komt aan bod in de hogere dressuurproeven en ook rijden veel springruiters een galopwissel in het springparcours. Toch blijkt er vaak een verschil in de uitvoering. Wat is nu dit verschil tussen de galopwissel voor dressuurruiters en die voor springruiters? Hoe gaat een correcte galopwissel precies in zijn werk en wat zijn prettige manieren om deze oefening aan te leren?

De oefening

De galop is een asymmetrische gang waardoor een paard kan galopperen in de linkergalop of in de rechtergalop. Bij de linkergalop zet het paard met het rechterachterbeen af en grijpt het linkervoorbeen het verst naar voren. In de rechtergalop is dit precies andersom. In een galopwissel springt het paard op aanvraag van de ruiter van de ene galop over naar de andere. De meest gebruikelijke hulp om de wissel te springen is door vlak voor het zweefmoment het buitenbeen op de singel te leggen en het binnenbeen naar achteren te bewegen, waardoor het paard op het zweefmoment van de galop kan wisselen. Een ruiter begeleidt deze galopwissel door goed met de beweging mee te gaan. Een goede balans van zowel de ruiter als paard is van groot belang.

Een galopwissel in de dressuur

In de dressuurproeven vanaf de Z2 worden voor het eerst vliegende galopwissels gevraagd. De bedoeling is dat het paard bij de voorgeschreven letter (of soms tussen twee voorgeschreven letters) in een vloeiende beweging, in één sprong, van de ene galop naar de andere springt. Een veel gemaakte fout is het ‘in-tweeën’ springen, ook wel naspringen genoemd. Het paard springt dan óf met de achterbenen óf met de voorbenen als eerste om en dus niet in één sprong. Deze variant is in de dressuurring ongewenst. Met de voorbenen eerst omspringen wordt over het algemeen het ergst gevonden, omdat deze fout meestal het gevolg is van een gebrek aan impuls of verzameling. Als de enkele galopwissel bevestigd is kan deze worden uitgebouwd naar een serie van galopwissels met steeds een gelijk aantal galopsprongen tussen de wissels in. Op het hoogste niveau, de Grand Prix, worden de galopwissels zelfs om de pas (‘eners’) gevraagd. Het paard wisselt dan elke sprong van galop.

Aanleren

Een fysiek gezond paard zal tijdens een sprintje in de wei ook al regelmatig van galop wisselen. Dus feitelijk is de galopwissel een oefening die niet ver van het natuurlijke gedrag van een paard afstaat. Helaas zijn lang niet alle in de wei getoonde wissels de gewenste in één sprong omgesprongen dressuurwissels. Het valt dus soms nog niet mee om het paard onder het zadel de correcte dressuurwissel aan te leren. Belangrijk is dat het paard goed aan de hulpen staat en de kracht heeft om de gevraagde oefening uit te voeren. Een niet-correcte galopwissel ombuigen naar een correcte is vele malen moeilijker dan het direct goed aanleren van deze oefening. Goed getimede hulpen van de ruiter zijn zeer belangrijk. Vaak is het dan ook makkelijker als een met galopwissels onervaren ruiter dit gevoel van timing leert van een ervaren paard, dat, als de juiste hulpen gegeven worden, een goede galopwissel zal springen. Begeleiding van een coach/instructeur vanaf de grond is ook essentieel. Soms kan een galopwissel voor een ruiter goed voelen, maar dan blijkt het toch een niet correcte wissel te zijn. Zelfs voor een instructeur is het een enkele maal lastig om een goede wissel te onderscheiden van een ‘foute’.

Hieronder volgen een paar manieren die geschikt kunnen zijn om het paard de galopwissel aan te leren. Belangrijk is dat het paard te allen tijde actief en voldoende gesloten blijft galopperen.
  • Aan het eind van een korte diagonaal kan de ruiter de hulp vlak voor aankomst op de hoefslag geven. De ruiter kan de achterhand van het paard op deze plaats gemakkelijk een fractie naar binnen plaatsen waardoor het nieuwe binnenachterbeen de ruimte krijgt en gemotiveerd wordt om naar de andere galop te springen.
  • Vanuit de contragalop kan de ruiter zijn paard subtiel naar binnen buigen om de wissel naar de ‘goede’ galop te springen. Evenals bij bovengenoemde manier kan de ruiter de achterhand een fractie naar binnen vragen, waardoor het relatief makkelijk wordt voor het paard om een goede galopwissel te springen.
  • Vanuit een goed gereden appuyement kan het paard een paar sprongen opzij gezet worden voor het buitenbeen (het nieuwe binnenbeen) om van daaruit een galopwissel te springen. Belangrijk is hierbij wel dat het paard in balans blijft en niet ‘omgegooid’ wordt.
  • Voor sommige paarden is het galopperen over een cavaletti/balkje een makkelijke manier om de galopwissel te leren. Als de ruiter precies boven het balkje de hulp geeft voor de andere galop, kan het paard in het zweefmoment boven de balk van galop wisselen. Kanttekening hierbij is wel dat deze manier ook vrij makkelijk kan resulteren in nagesprongen wissels.

Een galopwissel in de springsport

In het springparcours is de galopwissel nooit een voorgeschreven oefening. Aangezien een wending naar links het makkelijkst en snelst gereden kan worden in de linkergalop (en naar rechts in de rechtergalop) is het praktisch om het paard voor de wending naar de juiste galop te laten springen. Een galopwissel is de efficiëntste manier. Het paard kan dan makkelijk en zonder tijdsverlies in de andere galop terecht komen. Of het paard deze galopwissel dressuurmatig correct springt is van ondergeschikt belang, vandaar dat veel springpaarden de galopwissel dan ook naspringen.

Afsluitende woorden

Een goed uitgevoerde vliegende galopwissel hoort er simpel uit te zien. De ruiter geeft een kleine, nauwelijks zichtbare hulp en het paard voert geheel gecontroleerd de oefening uit. Hier gaan meestal heel wat trainingsuurtjes aan vooraf. Belangrijk is dat tijdens het oefenen de ‘basis’ niet vergeten wordt. Het paard moet ontspannen, actief en soepel galopperen én blijven galopperen in de voorbereiding van een galopwissel. Als dat (nog) niet lukt, dan is soms verstandig om de galopwissels tijdelijk weer even in de kast te leggen en later weer op te pakken. Zoals eerder geschreven is het namelijk aan te raden om de wissels direct goed aan te leren, want de ‘foute’ variant afleren is vele malen moeilijker.

Lees verder

© 2016 - 2019 Madamebutterfly, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Dressuuroefening: Achterwaarts gaan onder het zadelIn de Nederlandse dressuurproeven wordt vanaf de klasse L2 gevraagd om het paard enkele passen achterwaarts te laten gaa…
Wedstrijd rijden: Dressuuroefeningen in de klasse Z2Wedstrijd rijden: Dressuuroefeningen in de klasse Z2Bij het rijden van wedstrijden in de paardensport kun je verschillende klassen doorlopen. Iedere ruiter start in de klas…
Dressuur rijden in Belgie: de oefeningen uit de L proevenDe regionale dressuurwedstrijden worden in Belgie verreden volgens de klassen E, A, L en M. In dit artikel bespreken we…
Dressuur: wanneer moet je in het B starten?Dressuur: wanneer moet je in het B starten?Dressuur is een aantal gymnastische oefeningen voor het paard. Met dressuur wordt het paard soepel en gehoorzaam gemaakt…
Wedstrijd rijden: dressuuroefeningen in de klasse ZZ-zwaarWedstrijd rijden: dressuuroefeningen in de klasse ZZ-zwaarBij het rijden van wedstrijden in de paardensport kun je verschillende klassen doorlopen. Iedere ruiter start in de klas…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Een correcte vliegende galopwissel rijden"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Madamebutterfly
Gepubliceerd: 13-10-2016
Rubriek: Sport
Subrubriek: Overige sport
Special: Dressuur
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!