Paardensport westernrijden: Reining
Reining is één van de meerdere disciplines in de western, een vorm van paardrijden. Het wordt veelal vergeleken met de westernvorm van de dressuur, omdat het paard in beide gevallen goed moet reageren in de proef. Het paard moet bijna onzichtbare hulpen kunnen aanvoelen voor een zo’n optimaal mogelijke score, zonder zich te verzetten. Het westernrijden staat dan ook bekend om het ontspannen rijden, van paard én ruiter.Wat is reining?
Reining is een onderdeel van het westernrijden. Het is bedacht om het atletische vermogen van het paard te laten zien. Er zijn tien verschillende patronen (patterns) gecreëerd om dit te kunnen vragen. Op een wedstrijd moeten de deelnemers één van deze tien patterns rijden, die ze één voor één afleggen. Door de vaak ontspannen houding van paard en ruiter, worden deze patterns aan vrij losse teugels gereden, wat typerend is voor de westernsport. De gehele proef wordt in galop verreden. Het paard dat het meest wordt gebruikt voor de reining, is de Quarter horse. Door het Amerikaanse ‘cowboy’-verleden met het drijven van vee, moeten deze paarden behendig en snelreagerend zijn. Ook het contact met de ruiter moet optimaal zijn om een goede score neer te zetten.Onderdelen
Op wedstrijden worden een paar algemene onderdelen gevraagd. Deze moet de combinatie (paard en ruiter) zo goed mogelijk laten zien.Cirkels
Er worden standaard twee snelle, grote cirkels en één langzame, kleine cirkel gereden. De volgorde van deze cirkels ligt aan het pattern dat gevraagd is. De jury wil tussen deze snelheden een goede overgang zien, die we ‘speedcontrol’ noemen. Dat wil zeggen dat het paard zonder enige ophef, vertraagt of versnelt naar de juiste snelheid.
Galopwissels
In élke proef worden twee vliegende galopwissels gevraagd. Voor beide kanten een wissel. Vanuit een cirkel, klein of groot, kan zo'n changement gevraagd worden.
Spins
In de meeste patterns worden vier spins naar beide kanten gevraagd. Voor lagere niveaus kunnen dit ook twee zijn. Een spin is een snelle draai om de achterhand van het paard, die vanuit stilstand begint. 360 graden telt voor één spin. De spins worden beoordeeld op snelheid, nauwkeurigheid en zachtheid.
Sliding stops
Vanuit een cirkel wordt eerst met een rundown naar de sliding stop toegewerkt. Een rundown is een rechte lijn, zo’n zes meter van de bakrand, waarbij je de snelheid opvoert. Op het hoogtepunt van die snelheid geeft de ruiter een teken dat het paard de sliding stop in moet zetten. Het paard glijdt hierna meerdere meters op de achterhand voort (hiervoor zijn speciale hoefijzers nodig), waarbij de voorbenen doorlopen.
Rollbacks
Na de sliding stops worden rollbacks gevraagd. Dit is een snelle draai van 180 graden, waardoor je op dezelfde lijn terugkomt. De beweging moet zonder aarzeling verreden worden. Na deze scherpe wending moet het paard onmiddellijk verder gaan in een lope (galop).
Back-up
Bij een back-up moet het paard in een rechte lijn, vlot achterwaarts gaan. In een reiningproef wordt in het algemeen 3 meter (10 voet) gevraagd.