Eten en drinken rond professionele wielerwedstrijden

Eten en drinken rond professionele wielerwedstrijden

Professionele wielrenners moeten op de dagen van belangrijke wedstrijden een speciaal programma volgen op het gebied van eten en drinken. Een wedstrijd duurt al gauw tussen de 4,5 en 6,5 uur en de renners verbruiken dan grote hoeveelheden calorieën en liters vocht. Dat geldt met name tijdens grote ronden, als de reserves meer worden aangesproken, en met warm weer. Er zijn dan allerhande extra maatregelen nodig om ziektes, uitdroging of bijvoorbeeld de gevreesde hongerklop te voorkomen.
Artikelindeling (interne links)

Geschiedenis

De eerste generatie wielrenners die in de 19de eeuw deelnam aan grote monsterritten op de weg had nog niet met het probleem te maken. Om de zoveel uur (afhankelijk van de persoon) pauzeerde men en nuttigde dan wat bij een lokale horecagelegenheid. Gezien de relatief oncomfortabele bezigheid die fietsen destijds nog was, waren dergelijke pauzes ook om andere redenen onvermijdelijk. Al zullen de grote kampioenen die om de overwinning streden zich ongetwijfeld gehaast hebben met de lunch.
De gewoonte om de renners onder de koers van eten en drinken te voorzien via etenszakjes, zodat ze onderweg niet meer hoeven af te stappen, ontstond pas later.

Gedurende de eerste decennia van de Tour de France, toen de etappes gemiddeld nog zo'n 360 km lang waren en de fietsen nog beduidend zwaarder en minder snel dan nu, was hongerklop al een berucht fenomeen. Helaas had men nog maar weinig kennis van voedingsleer, waardoor de meeste coureurs het probleem op eigenaardige wijze probeerde te vermijden. Ze propten zich voor de start van een wedstrijd vol met eieren, koteletten, bananen en ander voedsel van de stevige soort. Dat lag vervolgens zo zwaar op de maag dat de renners in het begin van de koers amper vooruit kwamen.

In de jaren na de Eerste Wereldoorlog wisten de befaamde wielrenbroers Henri en Charles Pélissier dit systeem te ondermijnen. Zij aten 's ochtends een stuk lichter, reden vervolgens in het begin van de race weg bij hun topzware concurrenten en aten later, als ze al ver voorop lagen, geleidelijk bij uit hun etenszakjes. Ze wonnen er menige wedstrijd door.

Ook op het gebied van drinken deden de Pélissiers een baanbrekende ontdekking. Coureurs uit die tijd zworen namelijk bij alcohol als drank voor onderweg, vanwege de stimulerende werking die ervan uitging. Zo dronken sommige renners tijdens de race Bordeaux-Parijs een volle fles cognac en een paar glazen witte wijn, port en champagne. Gelukkig reden coureurs destijds niet meer dan zo'n 40 races per jaar, zodat de schade aan de lever beperkt bleef.
Niettemin was het voor iedereen beter dat de broers ontdekten dat wielrennen zonder alcohol aanmerkelijk beter ging dan mét.

Hierna ontwikkelde het menu van de wielrenner zich tot wat het vandaag de dag is.

Energierijke voeding

Tijdens grote, drieweekse rondes als de Tour of de Giro eten wielrenners het meest. Vervolgens geldt dat hoe minder dagen een koers duurt, hoe minder er relatief gegeten hoeft te worden, want hoe meer reserves men nog heeft.
Tijdens een grote ronde hebben renners echter wel zo'n 7.000 calorieën per dag nodig. Ter vergelijking: voor andere mannen in andere beroepen zijn 2.500 tot 3.000 calorieën doorgaans afdoende of misschien al teveel.

Het menu van een coureur wordt zorgvuldig samengesteld volgens de volgende hoofdgroepen en hoeveelheden:
  • 70% koolhydraten, voornamelijk uit aardappelen, rijst, pasta, cornflakes, volkoren brood, fruit en groenten
  • 15% proteïnen, voornamelijk uit eieren, kip, vis, sommige soorten rood vlees en yoghurt.
  • 15% vet, voornamelijk uit boter, kaas en bepaalde oliën, zoals olijfolie

De renners beginnen hun dag met een koolhydratenrijk dieet, dat twee tot drie uur voor de start van de wedstrijd wordt genuttigd. Dat is voor een zware sportinspanning het meest ideaal. Er is dan genoeg tijd om het eten te verteren, zonder snel weer hongerig te worden.
Het ontbijt met een bord vol pasta, dat bij meer topsporters gewoon is, is in dit kader berucht. Niet iedereen heeft het in zich om zoiets 's ochtends weg te krijgen. Dat moet je dus ook kunnen om topsporter te worden!

Tijdens de rit krijgen de renners op de 'ravitailleringsposten' volle etenszakjes, de zogeheten musettes, uitgedeeld. Deze zitten vol met energierijke voedingswaren. Kort na de rit krijgen de renners nog een etenszak om gelijk bij te tanken. Ten slotte is er 's avonds, meestal vrij laat, het avondeten. Dat bevat ongeveer evenveel koolhydraten als het ontbijt.

Bij duursporten wordt een inname van 30 - 60 koolhydraten per uur aanbevolen. Dat vermindert de moeheid en bevordert het uithoudingsvermogen. Wielrenners willen dat natuurlijk op een zo gemakkelijk mogelijke manier nuttigen, zodat ze veelal gebruik maken van energierepen en -gels.

Energiegels, door de renners ook wel liefdevol aangeduid als 'gelletjes', zijn een vrij nieuw verschijnsel op het gebied van sportvoeding en op het moment erg populair. Het is gelei-achtig spul en bestaat helemaal uit simpele suikers (zoals fructose en glucose) en uit een bepaald type koolhydraat dat matodextrine heet. Soms bevatten de gels ook natrium, kalium of cafeïne, alhoewel dat laatste niet is aan te bevelen voor professionals. Teveel cafeïne telt als doping. Om aan de benodigde hoeveelheid koolhydraten te komen zijn één à twee gels per uur nodig. Rond ieder zakje moet trouwens 200ml water gedronken worden, want de energiegels leveren geen extra vocht.

Net als bij tenissers zijn bij wielrenners bananen trouwens evengoed populair. Dat komt omdat er in bananen bijzonder veel koolhydraten zitten, zo'n 3 tot 4 maal meer dan in andere vruchten.

Een belangrijk probleem waar renners tegenop kunnen lopen als ze niet genoeg voedsel binnen krijgen is het zogenaamde 'hongerklop'. Dat is een gevreesde aandoening in het peloton, niet in de laatste plaats omdat bijna iedere coureur er wel eens mee te maken krijgt. En dat natuurlijk net op een moment dat hij dat het slechtste kan gebruiken.
Hongerklop is een plotseling glycoceentekort, wat in principe het gevolg is van een tekort aan koolhydraten. Het lichaam moet dan overschakelen op vet- en eiwitverbranding en kan daardoor nog maar 50% van het maximale prestatievermogen bereiken. De energie loopt dan uit de renner weg als water uit een bad.
Hongerklop ontstaat meestal als de renner, om wat voor reden dan ook, te weinig heeft gegeten. Soms kunnen extreme weesomstandigheden er ook debet aan zijn. De reserves worden dan zo laag, dat de coureur de benodigde koolhydraten er gewoon niet bijgegeten krijgt.
In de toekomst zal hongerklop minder vaak voorkomen. Energierepen en gels worden steeds beter van samenstelling, zodat ze de benodigde voedingstoffen gemakkelijker kunnen aanvullen dan voorheen. Helemaal zal het echter nooit verdwijnen. (Lees meer over hongerklop in het artikel: Geveld door hongerklop)

Drinken

Coureurs moeten tijdens een wedstrijd ook de vochthuishouding in hun lichaam op peil houden. Daar zijn grote hoeveelheden vocht voor nodig. Water maakt daar het grootste deel van uit.
Om zoveel mogelijk water bij de hand te hebben zitten er twee bidons op de racefiets. Die gaan ongeveer een uur mee. Bij erg warm weer kan dat oplopen tot drie bidons per uur. Dat komt neer op zes tot zeven liter water per koersdag.

Ook dat gaat niet zomaar, want niet iedere maag kan een dergelijke hoeveelheid vocht in zo'n korte periode verdragen. In principe is het dan ook mogelijk dat getalenteerde fietsers geen profrenner kunnen worden omdat hun maag het niet aankan.

Tevens moeten coureurs oppassen voor een ernstige aandoening die 'hyponatremia' heet, ook wel bekend als 'watervergiftiging'. Dit kan ontstaan als iemand teveel water drinkt. De verhouding tussen het vocht en elektrolytgehalte in het lichaam raakt dan dusdanig uit balans dat de elektrolyten ernstig vervuild raken. Een sporter kan daardoor in coma raken en zelfs overlijden.

Om alle lichaamsfuncties goed op peil te houden, moeten de renners ook genoeg natrium, kalium en calcium behouden. Door het vele zweten raken ze behalve vocht dergelijke mineralen ook snel kwijt. Uitdroging ligt dan op de loer. Vandaar dat de coureurs er niet komen met alleen maar water te drinken. Ze hebben ook isotone sportdrankjes nodig. Deze bevatten ook weer suikers, maar zorgen bovendien voor een snellere opname van water in het bloed. Het zweten verloopt dan beter en met minder verlies van mineralen.
Het is overigens een publiek geheim dat wielrenners ook wel cola drinken vanwege de suikers, hoewel dat eerder een prettige dan gezonde manier is om aan suikers te komen.

Bevoorrading

De bevoorrading tijdens een koers gebeurd op twee manieren: bij de ravitailleringszones en vanuit de ploegleidersauto.

Bij de ravitaillering worden de musettes uitgedeeld door de soigneurs van een ploeg. Hiervoor zijn speciale zones aangewezen door de wedstrijdleiding en de renners worden geacht de musettes al fietsende aan te nemen. De zakjes worden ofwel geleverd door sponsors van de wedstrijd of moeten offiiceel door de wedstrijdorganisatie worden goedgekeurd.

Vanuit ploegleidersauto's wordt ook wel etenswaar aangereikt, maar meestal toch drinkbussen. Ontsnapte renners kunnen vaak zelf vanuit de ploegauto worden voorzien. In het peloton worden knechten geacht bidons en repen te gaan halen voor zichzelf én voor andere renners uit hun ploeg.
Bij bergetappes en/of erg warm weer kan dit systeen aardig in de soep lopen. Tijdens beklimmingen kunnen zowel knechten als auto's vaak niet meer bij de renners komen. Daarom staan er toch vaak soigneurs op de berg, meestal met koelboxen met bidons. Verder rijden er neutrale motoren van de wedstrijdorganisatie mee omhoog met tassen vol drinkbussen.
Bij warm weer is het vaak nog niet genoeg, ook omdat veel renners dan graag water over zichzelf heengooien ter afkoeling. Vandaar dat je ze tijdens zware beklimmingen toch bidons ziet aannemen van toeschouwers, al zullen de meesten die alleen gebruiken om zich nat te sproeien.

Voor de totale bevoorrading, zowel via de ravitaillering als door ploegleidersauto's bestaat een keur aan regels. Dat is zowel om te voorkomen dat coureurs er wedstrijdvoordeel uit halen (bijvoorbeeld door in de slipstream van een auto mee te fietsen) als om te zorgen dat er geen puinhoop achterblijft als het peloton langs is geweest.
Afgezien hiervan is het een ongeschreven wet in het peloton om niet te demareren in de ravitailleringszone. Wie dat toch in zijn hoofd haalt zal heel lang heel slecht liggen onder de anderen.

Lees verder

© 2010 - 2012 Varenna, gepubliceerd in Diversen (Sport) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Tour de France - Jean Nelissen In 1973 publiceerde Jean Nelissen een boek met de titel 'Tour de France - Hemel en hel op…
De Tour de France De Tour de France, ofwel de Ronde van Frankrijk, wordt elk jaar gereden. Het is een wielerwedstrijd van…
Vuelta 2009 (ronde van Spanje) start in Drenthe / Assen De ronde van Spanje, ofwel de Vuelta, gaat op zaterdag 29 augustu…
Nederlanders en de bolletjes trui in de Tour de France Johnny Hoogerland weet voor spectakel te zorgen in de Tour de Fran…
Tour de France 2010 start in Rotterdam 'Le Grand Départ' van de Tour de France zal op zaterdag 3 juli 2010 in Rotterdam p…

Bronnen en referenties
  • Ph. Ligget e.a. - 'Tour de France voor Dummies.' Amsterdam 2006
  • B. Maso - 'Het zweet der goden. Legende van de wielersport.' Amsterdam 2003
  • www.healthylives.nl/voeding/meer energie
  • www.wielrennen.net/fietsica/hongerklop.htm

Reageer op het artikel "Eten en drinken rond professionele wielerwedstrijden"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Varenna
Rubriek: Sport
Subrubriek: Diversen
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!