Snooker Spelregels - Uitleg moeilijke stoten
Snooker spelregels: moeilijke stoten. Om uit moeilijke situaties te komen in het snookerspel zijn verschillende mogelijkheden. Een voorwaarde hierbij is een goede balbeheersing. De speelbal raken met hulpmiddelen of bepaalde posities van de handbrug vergt een zeer nauwkeurige stoottechniek. Dit geldt ook voor stoten als de dubbel, plants of langs de band. Dit zijn allen stoten die volgens de snooker spelregels zijn toegelaten.
De ‘Rest’
De Rest is een lange stok met een kruis op het eind. Als de speelbal in een bepaalde positie op de tafel ligt, en het is onmogelijk om met een gewone houding de bal te spelen, kan de Rest worden gebruikt. Leg de stok op de tafel en duw er op zodat hij niet kan verschuiven. De afstand tussen de speelbal en het kruis moet ongeveer 15 tot 20 centimeter zijn. Dit kan alleen als er verder geen andere ballen in de weg liggen. Alleen als het echt niet anders kan kun je het uiteinde van de Rest omhoog houden, maar liever niet. Probeer de Rest goed stil te houden.
Gebruik altijd de stompe V van de Rest. Bij het gebruik van de scherpe V wordt de speelbal meer boven van het midden (richting twaalf uur) geraakt waardoor topspin ontstaat. De keugreep bij het gebruik van de Rest is compleet anders dan normaal. De keu moet worden vastgehouden alsof het een potlood is. Alleen de wijsvinger en middelvinger liggen bovenop de keu, de duim eronder (waarmee de kracht van de stoot wordt geregeld). De rug van de hand moet vlak onder de kin plaatsnemen. Gebruik de lengte van de keu als richtmiddel.
Bij een met de hand gemaakte brug wordt de keu evenwijdig aan het laken gehouden bij het stoten, bij het gebruik van de Rest kan dit niet. Hierbij wordt de keu altijd schuin naar beneden bewogen, waarbij de kans op een foutstoot veel groter is. Om te voorkomen dat het mis gaat moet de pomerans goed worden ingekrijt en moet er bedachtzaam worden gestoten.
Bruggen
De boogbrug
Als de speelbal iets van de band af ligt en er is geen normale brug te maken, dan kan de boogbrug een uitkomst bieden. Leg hiervoor de wijsvinger over de keu zodat een rondje ontstaat tussen de duim en de zijkant van de hand. Met deze brug kan vele kracht worden gezet.
Rand van de tafel
De speelbal ligt tegen de band van de tafel. Om nu een brug te vormen moeten de vingers vlak op de rand van de tafel liggen. Door de pols onder de tafelrand te duwen komen de vingers vlak op de rand te liggen. Bij deze brug is het belangrijk zo weinig mogelijk effect te gebruiken in het stoten omdat maar een klein gedeelte van de speelbal te raken is (de bovenzijde).
Over een andere bal
De speelbal ligt achter een andere bal. De brug moet worden gemaakt vóór de andere bal om vervolgens de keu schuin naar beneden op de speelbal de stoten, over de andere bal heen. Bij een brug over een tussenliggende bal moet de muis van de hand boven het tafellaken liggen zodat de hoek tussen de vingers en de handrug tenminste 45 graden is. De middelste vingers vormen hierbij de stabiele factor van de brug. Spreid de vingers zoveel mogelijk uit om een goede grip in het laken te krijgen. Hoe dichter de ballen bij elkaar liggen hoe hoger de brug moet zijn. Ook bij deze stoot geldt: doe het bedachtzaam!
Double
Als de objectbal in een pocket verdwijnt nadat hij één of meerdere banden heeft geraakt heet dat een Double. Deze stoot wordt veel gebruikt bij de middenpockets. Deze pockets hebben een groter bereik voor de objectbal dan een hoekpocket. Kennis van de verschillende hoeken die een bal kan maken is hierbij erg belangrijk. Hoe beter die kennis is, hoe groter de kans is op een succesvolle pot.
Plants en Sets
Het verschil tussen een Plant en een Set is de ruimte tussen de twee betreffende ballen. Bij een Set liggen beide ballen tegen elkaar aan, bijvoorbeeld twee rode ballen. Een Plant echter lijkt op een Set, maar dan zit er ruimte tussen de twee rode ballen. Een Plant is ook moeilijker omdat de kans op een afwijkende baan van de objectbal groter is. Bij een Set niet, daar ligt de eerste objectbal immers tegen de tweede objectbal aan (die wordt gepot).
Een goede techniek voor het maken van een succesvolle Plant is om de eerste objectbal te beschouwen als speelbal. Met de keu kan op die objectbal worden gesimuleerd hoe de tweede objectbal geraakt moet worden om de goede hoek te bepalen.
Bal tegen de band
Het potten van een bal die stijf tegen de band ligt hoeft niet moeilijker te zijn dan een andere pot. Zorg er voor dat de speelbal gelijktijdig de objectbal en de band raakt. Als één van beide eerder wordt geraakt dan de ander mislukt de pot zeker. De objectbal komt dan los van de band. Een goed richtpunt voor de keu is de rand van de objectbal die tegen de band aan ligt.
Drag
Bij een trekstoot wordt heel vaak backspin gebruikt. Backspin zorgt ervoor dat de speelbal in tegengestelde richting rolt, na contact met de objectbal. Bij Drag wordt ook backspin gebruikt. Het doel van een Dragshot is de speelbal langzaam maar krachtig over een langere afstand te spelen. Door de juiste hoeveelheid backspin aan de speelbal mee te geven, rolt deze langzamer over de tafel (de bal draait naar achteren, maar rolt naar voren). Vlak voor het moment van raken van de objectbal is de backspin uitgewerkt en draait de speelbal weer naar voren en raakt de objectbal met volle kracht. De juiste dosering backspin vereist veel gevoel.
© 2010 - 2024 Jozzie, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Per 2021 gaat InfoNu verder als archief, artikelen worden nog maar beperkt geactualiseerd.
Gerelateerde artikelen