De opkomst van sport in Nederland rond 1900
Sinds het laatste kwart van de 19de eeuw zagen Nederlanders sport en andere lichaamsbeweging steeds meer als een waardevolle besteding van de (vrije) tijd. Als iets dat het lichaam gezond hield, maar dat ook goed was voor de vorming van karakter en persoonlijkheid. Deze nieuwe zienswijze leidde tot de komst van georganiseerde sportbeoefening in clubs en bonden. Tegelijkertijd maar onafhankelijk hiervan ging men op scholen steeds meer over tot het geven van gymlessen. Artikelindeling (interne links)- Korte voorgeschiedenis van de sport
- Invloed vanuit Engeland
- Uitbreiding van het middelbaar onderwijs en het ontstaan van een jeugdcultuur
- Gymnastieklessen op school
- Definitieve omslag van de waardering voor sport in Nederland
- Verdere expansie
Korte voorgeschiedenis van de sport
Lichamelijke inspanning, al dan niet met een wedstrijd- of spelelement, is er vermoedelijke altijd geweest. Mensen hebben sportieve activiteiten ontplooid om zich te vermaken of om te kijken wie er het snelste of het sterkste was. Tot aan de negentiende eeuw vond dit echter zelden plaats op een gestructureerde of georganiseerde manier.Er waren wel evenementen die een tamelijk regelmatige organisatie kenden en waar men prestigieuze prijzen kon winnen, zoals bijvoorbeeld de Olympische Spelen in het oude Griekenland of de riddertoernooien in de Middeleeuwen. Dit waren echter uitzonderingen op de regel
De meeste sportbeoefening was veel vrijblijvender van aard. Wedstrijdjes werden bijvoorbeeld georganiseerd in het kader van de jaarlijkse kermis of ter ere van een feestdag. Ook mochten herbergiers en kasteleins nog wel eens iets op touw zetten om veel bezoekers naar hun zaak te trekken. Dat was overigens gericht op de lagere klassen, want voor de gegoede burgerij werd er bij dergelijke gelegenheden teveel gedronken.
Dat nam niet weg dat zich tot en met de vroege 19de eeuw in Holland en Friesland drie 'nationale vermaken' hadden ontwikkeld, namelijk de harddraverij met paarden, schaatsen en zeilen en roeien ( wat destijds grofweg onder één noemer leek te vallen).
Ook waren tot ver in de 19de eeuw een aantal sportieve spellen populair, die in de Middeleeuwen waren ontstaan. Dat waren het kaatsen, kolven en maliën, allen bekend in verschillende versies.
Gedurende de tweede helft van de 19de eeuw zou dit veranderen. Mensen begonnen een meerwaarde in sport te zien en sportbeoefening kreeg een ander aangezicht. Dat was een internationale ontwikkeling en vermoedelijk was het dus een kwestie van tijd voordat dit ook Nederland zou bereiken. Dat neemt echter niet weg dat de brede acceptatie van sport in Nederland zijn eigen weg heeft gevolgd. De onderstaande ontwikkelingen zijn van grote invloed geweest op de denkomslag in ons land.
Invloed vanuit Engeland
Halverwege de 19de eeuw werd het houden van sportwedstrijden snel populair op Engelse kostscholen, de befaamde Public Schools waar de jongens uit de elite hun middelbare schooltijd volbrachten. Dat ging in eerste instantie om rugby en cricket, maar later ook om voetbal en tennis. Dit had de volgende oorzaken:- De Public Schools kregen steeds meer leerlingen uit de gegoede burgerij, waardoor het karakter van de scholen verburgerlijkte. De aloude tradities die op deze scholen gangbaar waren, kwamen nu onder druk te staan.
- Sport bleek een goed middel om zowel discipline als sfeer te kunnen handhaven op een kostschool.
- Het Britse Rijk was groter dan ooit, waardoor veel Britten uitgezonden werden naar andere gebiedsdelen. Uithoudingsvermogen en de moed zoals dat werd gekweekt op het grasveld, zou de toekomstige ambtenaar in den vreemde goed van pas komen.
De nieuwe Engelse interesse voor sport zou binnen een aantal decennia overwaaien naar Nederland. Dat gebeurde grotendeels via Engelse immigranten of via Nederlanders die in Engeland waren opgegroeid. Deze waren, niet geheel verrassend, afkomstig uit de hogere sociale klassen. In hun ogen was sport een prestigieuze zaak, waarmee ze zich konden onderscheiden van de lagere klassen.
Dat onderscheiden betrof met name het idee van de 'sportiviteit'. Dat was een belangrijke eigenschap die sportbeoefenaars dienden te ontwikkelen en die werd omschreven als 'overwinningsdrang en een competitieve instelling, met waardigheid bij verlies en hoffelijkheid bij winst'.
In tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk werd in Nederland de sport volgens Engels model nog niet meteen geadopteerd door de middelbare school. Integendeel, de meeste scholen moesten er niets van hebben en vonden het een onfatsoenlijk tijdverdrijf. Daardoor waren de liefhebbers genoodzaakt om verenigingen op te richten waarbinnen ze hun sport konden beoefenen. Deze oudste clubs hadden vaak meer Britse dan Nederlandse leden.
Een van de oudste tennisclubs van Nederland is de 'Anglo-Dutch Tennis Club' uit Rotterdam, die in 1855 werd opgericht. Hier waren de Britse leden ver in de meerderheid boven de Nederlandse.
Het stadion van Haarlem in 1907
- De Koninklijke UD Deventer (voluit Koninklijke Deventer Cricket en Football Club Utile Dulci) van 13 oktober 1875. Deze speelde aanvankelijk vooral cricket om later uit te breiden naar voetbal en andere veldsporten.
- De Koninklijke H.C. & V.V. Den Haag van 1 september 1878.
- De Koninklijke HFC Haarlem van 15 september 1879. Dit was de eerste club die zich speciaal als voetbalclub heeft opgericht.
Afgezien hiervan was er echter nog een sport die ook vanuit Engeland was overgewaaid, maar niet vanaf de Public Schools. Dat was het wielrennen. Deze sport verbreidde zich aanvankelijk via speciale fietsscholen, maar werd steeds meer in verenigingsverband beoefend. Dat gebeurde in Nederland ook in toenemende mate.
De oudste fietsclub van Nederland werd in 1871 in Deventer opgericht onder de naam 'Immer Weiter'. Dat deze club werd opgericht in Deventer kwam omdat daar met fietsfabriek Burgers ook tevens de oudste fietsindustrie van Nederland gevestigd was. (Lees hier meer over de gesschiedenis van de Nederlandse fietsindustrie.)
Verenigingen zouden op hun beurt ook gaan samenwerken in bonden. De oudste sportbond is die van zeil- en roeiverenigingen uit 1847.
De Engelse invloed op de Nederlandse sport blijkt ook uit de vele engelstalige sporttermen die wie nu nog steeds gebruiken. Dat begint al met het woord 'sport' zelf. De benamingen van veel overgenomen sporten als rugby, cricket en tennis zijn eveneens Engels net als termen binnen deze sporten (game, set, matchpoint, penalty, volley, corner, goal). Maar ook aanduidingen als 'fair play' en 'unfair' zijn er al vanaf het begin bij.
Uitbreiding van het middelbaar onderwijs en het ontstaan van een jeugdcultuur
In de laatste decennia van de 19de eeuw nam het middelbaar onderwijs in Nederland een grote vlucht. Dat uitte zich in de oprichting van allerlei nieuwe schooltypen als de HBS, de MMS, de kweekschool en later ook de MULO. Dit onderwijs werd afgestemd op kinderen van de gegoede burgerij en de middenstand.Tot dan toe was middelbaar onderwijs voor deze groep slechts beperkt geweest. Er was eigenlijk alleen de zogeheten 'Franse school', een tweejarige middelbare opleiding. De 'Latijnse school' ofwel het gymnasium was alleen toegankelijk voor jongens uit de maatschappelijke danwel culturele elite. De nieuwe schooltypen hadden wel minder allure dan het gymnasium, maar hadden een beduidend uitgebreider leerprogramma dan de Franse school en waren breed toegankelijk.
Een bijkomend gevolg was dat jongeren elkaar nu veel vaker en voor een veel langere periode dan vorheen ontmoetten in groepsverband. Dat leidde tot het ontstaan van een jeugdcultuur, die veelal vorm kreeg in verenigingen. De sportclub was hier een uitting van.
De nieuwe jeugdverenigingen werden vanuit twee verschillende kanten opgericht:
- Volwassen richtten verenigingen op voor de jongeren, meestal met opvoedkundige bedoelingen.
- Jongeren richtten zelf clubs op om zich daarin juist los te maken van alle hen door volwassenen opgelegde mores.
Voor sportclubs gold vrijwel uitsluitend dat ze behoorden tot dit laatste type vereniging. Zoals al eerder opgemerkt waren veel Nederlanders helemaal niet gecharmeerd van de sport. Het werd gezien als een te rauwe en onfatsoenlijke bezigheid. Veel jongens die wilden gaan sporten kwamen hierover in conflict met hun ouders en/of leraren. Ze gaven de strijd echter niet zomaar op.
Pim Mulier
Deze ontwikkeling moet niet apart worden gezien van de Engelse invloed. Het waren tienerjongens met Engelse connecties die aan de basis stonden van de hedendaagse Nederlandse sportwereld.
De bekendste naam uit de begintijden van de sport in Nederland was Pim Mulier. Hij had op een college in Ramsgate gezeten en was 14 jaar oud toen hij in 1879 als eerste het initiatief nam tot de oprichting van de HFC Haarlem. Nog lang zou hij een belangrijke wegverbreider voor de sport in Nederland blijven.
Gymnastieklessen op school
In 1852 besloot de 'Maatschappij tot Nut van 't Algemeen', een stichting die zich richtte op de 'opvoeding' van de lagere sociale klassen, dat een gezonde geest huist in een gezond lichaam. Binnen dat kader besloot men gymnastiek te introduceren op de door de stichting gefinancieerde (en dus particuliere) scholen.Het idee van schoolgymnastiek was afkomstig uit Duitsland en was sterk gericht op turnen. Aanvankelijk had het een wat nationalsitische achtergrond, maar de voordelen waren evident. Vervolgens kwam er ook een Zweedse gymnastiek methode, welke gericht was op oefeningen in lichaamshouding en gebruik maakte van nieuwe toestellen als het wandrek.
In Nederland werd de Zweedse methode geïntroduceerd door militairen. In deze sector was deugdelijke lichamelijke oefening om evidente redenen als snel geaccepteerd.
Na deze introducties kende de gymnastiek aan een wat moeilijke opmars door Nederland. Er kwam druk en ook wetgeving vanuit de overheid, maar veel scholen zagen er niet zomaar iets in. Niettemin was de gymles eerder dan de Britse sport vrij algemeen geaccepteerd.
Gymnastiek in Zweden voor vrouwen (tussen 1900 en 1939)
Het eerste gymnastiekverbond ontstond in 1868.
Aanvankelijk vond er in Nederland een botsing plaats tussen de Engelse sport en de Duitse gymnastiek. Gymleraren weigerden sport op te nemen in hun programma. Volgens hen was gymnastiek namelijk gericht op een goede werking van het lichaam en sport niet. Ouders wiens kinderen op sport zaten hielden deze op hun beurt weg van de gymles, omdat die in hun ogen overbodig was.
Definitieve omslag van de waardering voor sport in Nederland
Lange tijd bleef er in ons land dus veel weerstand bestaan tegen de Britse sport, ondanks het feit dat het een liefhebberij was voor de burgerlijke elite. De opvoedkundige kwaliteiten die de Engelsen er al lang in zagen, werden hier niet zomaar erkend.Dat veranderde echter vanaf de eeuwisseling. Steeds meer pedagogen en psychologen erkenden de opvoedkundige waarde van sport, waarna de aversie snel afnam. Ook het gymnastiekonderwijs ging overstag. Als gevolg daarvan vond in 1905 het eerste voetbaltoernooi voor scholieren plaats.
Ook vanuit het leger wordt een toenadering tussen sport en gym op touw gezet. Dat had veel te maken met het feit dat in 1901 de dienstplicht werd ingevoerd. Daardoor werd het ook in Nederland belangrijk dat jongens een goede lichamelijke conditie zouden kweken.
Verdere expansie
Na de mentaliteitsomslag in het begin van de nieuwe eeuw, bleef sport zich toch grotendeels buiten de school om ontwikkelen, al stond het daarmee niet meer op gespannen voet.Integendeel, de normen en waarden die golden voor de sport bleken juist sterk overeen te komen met die van de burgerlijke jeugd die meer en meer de middelbare school bezocht. Dat betrof het streven naar prestaties, het tonen van vlijt, volharding en soberheid en het hanteren van goede omgangsvormen. En ook hier telde natuurlijk het ontwikkelen van sportiviteit.
Iedereen die bekend is met de hooglopende emoties die een sportwedstrijd teweeg kan brengen, zal echter begrijpen dat het ideaal van de sportiviteit niet altijd werd gehaald. In 1890 werd er bijvoorbeeld stevig geklaagd over het grote gebrek aan respect dat spelers over hadden voor de scheidsrechter. Dezen werden te pas en te onpas middels ingezonden stukken in plaatselijke kranten aangevallen op hun beslissingen.
In het eerste decennium van de 20ste eeuw was er desalniettemin sprake van een verdubbeling van het aantal sportbeoefenaren in Nederland, van zo'n 30.000 officieel geregistreerde beoefenaren tot zo'n 60.000.
Onderstaande factoren zorgde ervoor dat deze ontwikkeling verder voorruit werd gestuwd.
- De grote uitbreiding van vervoersmogelijkheden in de tweede helft van de 19de eeuw. De trein en tram maakten het afleggen van veel grotere afstanden mogelijk, waardoor er ook daadwerkelijk interessante competities konden worden georganiseerd, zowel regionaal als nationaal. Op een persoonlijk niveau zal de fiets het meer jongens mogelijk hebben gemaakt om lid te worden van een club.
- Dat er steeds meer jongens uit de gegoede burgerij en de middenstand naar school en naar sportclubs gingen kwam ook omdat er steeds meer burgers en middenstanders waren. De enorme industriële groei uit het laatste kwart van de 19de eeuw zorgde voor een sterke toename van verkoop en handel, waardoor steeds meer zonen uit arbeidersgezinnen kans zagen om op te klimmen.
- De sport werd in toenemende mate toegankelijk voor jongens uit lagere sociale klassen. In 1897 is voetbalvereniging EDO uit Haarlem de eerste 'volksclub' in Nederland. Tot aan de Eerste Wereldoorlog blijft deze verbreding wel beperkt tot voetbal en wielrennen. Andere sportbonden weten langer vast te houden aan exclusiviteit. Dat veranderde na de oorlog erg snel, omdat veel jongens door de dienstplicht in het leger kennis hadden gemaakt met de verschillende sporten.
- Met de nieuwe eeuw begint ook de 8-urige werkdag, terwijl de vrije zaterdagmiddag toen al een aantal jaren bestond. Mensen hadden dus ook meer vrijetijd tot hun beschikking.
- Het succes van de Olympische Spelen zorgde voor een internationale popularisering van de sport. In 1896 vond de eerste editie van de moderne spelen plaats in Athene. Oprichter Pierre de Coubertin had er geen andere bedoelingen mee dan sport te populariseren. Dit nadat hij in 1883 op een Engels kostschoolveld zwaar onder de indruk was geraakt van datgene dat sport met de Engelse jongens vermocht te doen.
© 2011 - 2012 Varenna, gepubliceerd in Geschiedenis (Sport) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Varenna is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Voetbal, wat en hoe? Het spelletje dat dagelijks op tv komt, en iedereen kijkt. Leuk en aardig, maar wat is de sport nu e…
Geschiedenis Voetbal Wil je weten hoe voetbal is begonnen? Dan ben je op het juiste artikel, in dit artikel de geschieden…
Programma voetbal OS 2012: data - tijden - uitslagen Programma voetbal Olympische Spelen 2012. De voetbalwedstrijden tijd…
Korfbal, een onderschatte sport? Korfbal, door velen afgeschreven als vrouwensport. Wat men niet door heeft is dat de gem…
Gerelateerde links
Vermaak rond 1900.Gerelateerde artikelen
Ajax of Feyenoord Het voetbal in Nederland draait voornamelijk om een klein aantal topploegen. De twee clubs met de meest…Voetbal, wat en hoe? Het spelletje dat dagelijks op tv komt, en iedereen kijkt. Leuk en aardig, maar wat is de sport nu e…
Geschiedenis Voetbal Wil je weten hoe voetbal is begonnen? Dan ben je op het juiste artikel, in dit artikel de geschieden…
Programma voetbal OS 2012: data - tijden - uitslagen Programma voetbal Olympische Spelen 2012. De voetbalwedstrijden tijd…
Korfbal, een onderschatte sport? Korfbal, door velen afgeschreven als vrouwensport. Wat men niet door heeft is dat de gem…
Reageer op het artikel "De opkomst van sport in Nederland rond 1900"
Roos Boum, 14-09-2011 17:32
Die sportbroeken zijn echt heel charmant! Leuk om de oude tijd weer eens te zien.
Reactie infoteur, 17-09-2011
Tegenwoordig is dat weer in, geloof ik, die oversized broeken...
Bronnen en referenties
- J. Bank en M. van Buuren - '1900: Hoogtij van burgerlijke cultuur.' Den Haag 2000
- J.M. Fuchs en W.J. Simons - 'De fiets van toen en nu.' Alkmaar 1983
- www.wikipedia.nl - 'Oudste voetbalcubs Nederland'