InfoNu.nl > Sport > Diversen > Een sport met een hoog risicogehalte: basejumpen

Een sport met een hoog risicogehalte: basejumpen

Wie parachutespringen niet spectaculair genoeg vindt, kan zich wagen aan het basejumpen vanop gebouwen, monumenten of natuurlijke afspringpunten. Houd er wel rekening mee dat er aan de spanning en opwinding die deze sport kenmerkt ook serieuze risico’s zijn verbonden.

Wat is basejumpen?

Mensen hebben altijd de behoefte gehad om te kunnen 'vliegen'. Basejumpen is een vorm van parachutespringen (skydiven), maar daar waar skydivers uit een vlliegtuig springen voor het uitvoeren van acrobatiek tijdens de vrije val, kiezen basejumpers om voor de kick vanop gebouwen en natuurlijke hoogtes te springen. In tegenstelling tot parachutespringers beschikken ze slechts over één parachute en niet over een reserve-exemplaar als er ergens wat misgaat. Zeker als er van gebouwen wordt gesprongen is er nauwelijks tijd om de parachute te openen aangezien de sprong slechts enkele seconden duurt.

Basejumpen is daarom een risicosport. Naast de kans dat de parachute zich niet tijdig ontvouwt kan er ook een zogenaamde ‘off heading opening’ plaats vinden waarbij de parachute zich in de richting van het object waarvan men afspringt opent met de fatale gevolgen vandien. Basejumpers van gebouwen behalen ook nooit de maximale valsnelheid van skydivers (rond 200 kilometer per uur) door de geringe hoogte vanwaar ze springen.

Geschiedenis

Officieel werd het basejumpen uitgevonden door Carl Boenish die in 1978 van de rotswand El Capitan (1.370 meter) in het Yosemite National Park (Californië) sprong gebruik makend van een ram-air parachute (parafoil). BASE noemde hij het met een letterwoord dat staat voor Building (gebouw), Antenna (zendmast), Span (spanwijdte, staand voor brug) en Earth (aarde, staand voor afgrond), de ‘basis’plaatsen vanwaar je kunt afspringen. Nochtans hadden Brian Lee Schubert en Michael Pelkey in 1966 reeds hetzelfde kunststukje uitgevoerd. Zij waren om zo te zeggen de aartsvaders van het basejumpen. In 1984 kwam Boenish om toen hij in een recordpoging van de Noorse Trollveggen (1.100 meter) sprong.

In de jaren tachtig gebeurde het basejumpen nog met het materiaal dat ook parachutespringers gebruiken, maar later werd er meer gespecialiseerde materiaal ontwikkeld.

Basejumpers die erin slagen van de vier verschillende soorten basispunten af te springen krijgen een basenummer. Zo kregen Phil Smith en Phil Mayfield op 18 januari 1981 de eerste twee nummers toen ze hun vier soorten afspringpunten afrondden door van een wolkenkrabber in Houston te springen. Jean en Carl Boenish volgden even later hun voorbeeld en kregen de nummers 3 en 4. Wie ‘s nachts van de vier verschillende punten springt krijgt een nachtelijk basenummer: ook hier waren Mayfield (1) en Smith (2) de eersten. In maart 2005 werd het duizendste basenummer toegekend en medio 2010 is het aantal tot 1.300 gestegen.

Legaal of illegaal?

In de meeste landen bestaat er geen wetgeving met betrekking tot het basejumpen zodat het in principe toegelaten is. Vermits men echter van gebouwen, zendmasten en bruggen springt betreedt men privé- of overheidsbezit waardoor je toelating nodig hebt om er te springen. Omdat de meeste eigenaars afkerig staan van deze ‘sport’ en die toelating niet verlenen kan een basejumper vervolgd worden voor zijn sprong vanwege illegaal betreden van privébezit of inbraak. Ook wie hieraan medewerking verleent stelt zich bloot aan vervolging. Daarom is het motto van de basejumper: ‘Laat niets achter behalve voetstappen; neem niets mee behalve foto’s’. Vele basejumpers laten hun sprong bijvoorbeeld filmen als bewijs dat ze de sprong hebben uitgevoerd.

Toch zijn er plaatsen waar je legaal kan springen: in de Verenigde Staten kan dat bijvoorbeeld het hele jaar door vanop de Perrine Bridge (Twin Falls, Idaho). Vanop de New River Gorge Bridge (Fayetteville, West Virginia) kan dat één keer per jaar zes uur lang. In Europa mag het vanop de Kjerag (Noorwegen) en op verschillende locaties in de Alpen zoals vanop de Zwitserse Eiger (3970 meter).

Populaire springlocaties

Om hun ‘palmares’ te sieren kiezen basejumpers vaak bekende locaties. Populair zijn bijvoorbeeld de Eiffeltoren in Parijs, de toren van Pisa, de Empire State Building en het Vrijheidsbeeld in New York, de Golden Gate Bridge in San Francisco, de stoeltjeslift van de Tafelberg in Zuid-Afrika, de Petronas Twin Towers en de communicatietorens Menara Alor Star en Menara Kuala Lumpur in Maleisië. Het eerste Basejump kampioenschap werd trouwens in 2001 vanop de Petronas Twin Towers gehouden en sindsdien vinden daar geregeld wedstrijden plaats. Wat betreft de natuurlijke afspringpunten scoort de Noorse Kjerag-berg aan de Lysefjord met zijn 1084 meter het hoogst omdat je er 12 seconden van een vrije val kan genieten vooraleer je je parachute moet ontvouwen.

Risicosport

Niettegenstaande er veiliger springmateriaal werd ontwikkeld sinds de jaren tachtig toen de sport populairder begon te worden, is het aantal ongevallen met dodelijke afloop aanzienlijk, zelfs bij ervaren springers. Gemiddeld één op de zestig sprongen loopt slecht af. Op 9 mei 2010 was het aantal doden opgelopen tot 147. Dokter Anton Westman bestudeerde 106 dodelijke ongevallen en wijdde er een studie aan, getiteld ‘Parachuting from fixed objects: descriptive study of 106 fatal events in BASE jumping 1981-2006’ en ging de oorzaken van de incidenten na.

Guiness Book of Records

In dit populaire boek konden de prestaties van de basejumpers niet achterwege blijven. Carl Boenish beet de spit af door in 1984 de hoogste sprong af te leveren vanop de Trollveggen, maar intussen werd het record gebroken door Glenn Singleman en Heather Swan die op 23 mei 2006 van de Meru Peak in India sprongen (6604 meter).

Van het hoogste gebouw sprongen Nasr Al Niyadi en Omar Al Hegelan toen ze van de net afgewerkte hoogste toren van Dubai sprongen: de Burj Khalifa-toren is 828 meter hoog en de twee sprongen van de 160ste verdieping (672 meter). De sprong duurde precies anderhalve minuut en ze bereikten een snelheid van 220 kilometer per uur.

Met zijn 201 sprongen van de Perrine Bridge op 8 juli 2006 werd kapitein Daniel Schilling recordhouder in de categorie van het grootst aantal sprongen binnen de 24 uur.

De oudste basejumper ooit is James Guyer (74 jaar en 47 dagen).
© 2010 - 2018 Vosje, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Skydiven: extreme sport?Skydiven, ook wel parachutespringen genoemd, is een sport waarbij mensen uit een vliegtuig springen op een bepaalde hoog…
Skydiven, parachute springen, paraglijden, wat is dat?Skydiven, parachute springen, paraglijden, wat is dat?Skydiven en parachutespringen lijken op elkaar maar er zijn verschillen. Er zijn ook veel overeenkomsten. Zo krijg je va…
Is parachutespringen dan zo gevaarlijk?Is parachutespringen dan zo gevaarlijk?Het gebeurt niet zo vaak, maar als er een dode valt bij het parachutespringen komt het uitgebreid aan bod in de media. B…
Carl Benz – uitvinder van de eerste benzinemotorNaast de man achter het Mercedes-Benz imperium is de op 25 november 1844 geboren Carl Benz de uitvinder van de eerste be…
Vliegveld Teuge, nabij ApeldoornVliegveld Teuge, nabij ApeldoornVliegveld Teuge is een centraal gelegen vliegveld voor parachutespringen, zweefvliegen en rondvluchten. Ook kan je op vl…

Reageer op het artikel "Een sport met een hoog risicogehalte: basejumpen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Vosje
Laatste update: 15-07-2010
Rubriek: Sport
Subrubriek: Diversen
Schrijf mee!