Baanwielrennen: basisprincipes en disciplines
De meeste mensen denken bij het woord wielrennen enkel aan wegwielrennen. Wegwielrenner is zonder enige twijfel wereldwijd de populairste tak van de wielersport. Toch zijn er veel professionele wegwielrenners die in hun jeugdjaren aan baanwielrennen deden. Er zijn zelfs profs die door het seizoen de combinatie maken van wegwielrennen en baanwielrennen. Baanwielrennen heeft verschillende disciplines. Maar hoe werken deze disciplines?
De wielerbaan
Baanwielrennen gaat op een wielerbaan. Er zijn twee soorten wielerbanen. Openlucht wielerbanen en overdekte wielerbanen. Openlucht wielerbanen hebben doorgaans een lengte tussen 225 meter en 550 meter. Overdekte wielerbanen zijn doorgaans 250 meter lang en hebben een hellingsgraad van 33° in de bochten.
Baanfiets
Ook de fiets die de renners gebruiken tijdens het baanwielrennen verschilt van de racefiets die ze gebruiken op de weg. Er zijn drie grote verschillen in vergelijking met een traditionele racefiets. Het eerste grote verschil is dat een baanfiets geen remmen heeft. Een tweede verschil is dat een baanfiets geen freewheel heeft. Een freewheel is een as in het wiel dat blijft ronddraaien als men stopt met trappen. Bij een baanfiets is dit niet het geval. Op een baanfiets zal men dus ook altijd moeten blijven trappen omdat anders het achterwiel blokkeert. Remmen gebeurt door tegendruk naar achter uit te oefenen op de pedalen.
Disciplines
Scratch
De scratch is een wedstrijd waarbij de renners 15 km moeten afleggen. Wie als eerste over de finish komt na 15km is de winnaar van dit onderdeel. Bij de vrouwen moeten de rensters 10 km afleggen in deze discipline. De scratch kan men dus het best vergelijken met een gewone wielerwedstrijd op de weg.
Puntenkoers
In de puntenkoers moeten de mannelijke renners 40 km afleggen verdeeld over een vooraf bepaald aantal ronden. De vrouwelijke rensters rijden een wedstrijd over een afstand van 25 km. Tijdens de wedstrijd zijn er in vooraf bepaalde ronden tussenspurts. In deze spurts kunnen de eerste vier renners respectievelijk vijf, drie, twee en één punt(en) verdienen. Een andere manier om punten te vergaren is door weg te rijden uit het peloton en vervolgens terug achteraan aansluiten. Als een renner dit doet heeft hij een ronde genomen op het peloton. Dit levert de renner 20 punten op. De renner die aan het einde van de wedstrijd de meeste punter heeft vergaard wint deze wedstrijd.
Individuele achtervolging
In deze discipline strijden twee renners tegen elkaar voor de winst. Elke renner start aan een zijde van de wielerbaan. Nadien moeten de renners zo snel mogelijk een vooraf bepaald aantal ronden afleggen. Wie als eerste het vooraf bepaald aantal ronden aflegt wint deze wedstrijd.
Ploegkoers
In een ploegkoers nemen verschillende teams het tegen elkaar op. Elk team bestaat uit twee renners. De renners lossen elkaar om de twee ronden af d.m.v. een handbeweging. De renner die zich laat afzakken rijdt op een matig tempo rond op de wielerpiste. Ook in deze discipline is het de bedoeling zoveel mogelijk punten bijeen te sprokkelen. In iedere tussenspurt zijn er voor de eerste vier renners respectievelijk vijf, drie, twee en één punt te verdienen.
Keirin
In de keirin nemen zes tot zeven renners het tegen elkaar op. Deze renners rijden allemaal achter elkaar in het wiel van een derny. Een derny is een soort scooter. De derny rijdt eerst 1400 meter op kop om zo een hoge snelheid op te leggen. Vervolgens rijden de renners een spurt van 600 à 700 meter tegen elkaar en wie als eerste de aankomst bereikt wint deze discipline.
Ploegenachtervolging
De ploegenachtervolging werkt volgens hetzelfde systeem als de individuele achtervolging. Enig verschil is dat er twee teams van elk vier renners tegen elkaar strijden voor de overwinning.
Kilometertijdrit
In deze discipline moet de renner zo snel mogelijk 1 kilometer afleggen. De renner met de snelste tijd wint deze wedstrijd.
Teamsprint
Twee teams van drie renners starten aan de twee weerszijden van de piste. Iedere renner van het team rijdt één ronde op kop en valt dan af. Het team dat als eerste weer de aankomst bereikt wint de discipline.
Sprint
De sprint is een wedstrijd waarbij de renners drie à vier ronden moeten afleggen, afhankelijk van de wielerbaan. Twee renners nemen het in deze wedstrijd tegen elkaar op. Door loting wordt bepaald welke renner aan kop moet starten. Dit is de slechtste positie aangezien de renner die achter de renner op koppositie rijdt minder luchtweerstand ondervindt. In deze discipline probeert de renner op kop zijn tegenstander de kop op te dwingen door te surplacen. Dit is een techniek waarbij een renner stilstaat zonder zijn voet uit zijn klikpedalen te halen. Bij ingaan van de laatste ronde wordt de bel geluid. Wie als eerste de aankomst bereikt wint deze wedstrijd.
Omnium
Het omnium is een combinatieklassement. Men rijdt verschillende onderdelen en wie in de verschillende onderdelen de beste uitslagen behaalt wint het eindklassement. Op het wereldkampioenschap bestaat het omnium uit sprint, scratch, achtervolging, puntenkoers en een tijdrit.
Werelduurrecord
Ook het werelduurrecord wordt verreden op een wielerbaan. De bedoeling is dat de renner in exact één uur een zo groot mogelijke afstand aflegt.
Overdekte wielerbanen in België en Nederland
Naam | Plaats | Lengte |
Kuipke | Gent | 166m |
Vlaams wielercentrum Eddy Merckx | Gent | 250m |
Velodrome Amsterdam | Amsterdam | 200m |
Omnisport Apeldoorn | Apeldoorn | 250m |
Sportpaleis Alkmaar | Alkmaar | 250m |