InfoNu.nl > Sport > Watersport > Zeilen: De onderdelen en hun doel

Zeilen: De onderdelen en hun doel

Elk onderdeel aan boord heeft een eigen naam. Dit heeft het voordeel dat er in kritieke situaties, die snel handelen vereisen, geen spraakverwarring kan ontstaan. Vooral met het touwwerk is het zaak dit goed uit elkaar te houden en elk lijntje bij zijn naam te kennen!

Staand want

De zeilen van een zeilboot worden gehesen aan de mast en zij trekken en duwen vaak met zoveel kracht aan die mast, dat hij overeind gehouden moet worden door staaldraden. Deze draden heten samen staand want. Zij zijn verdeeld in stagen en wanten.
De stagen zijn onderverdeeld in voorstag en achterstag of hekstag. De achterstag komt alleen bij een driehoekig grootzeil voor.
De stagen die iets achterlijk ter weerszijden van de mast staan, heten bakboords- en stuurboords want
Bovendien zijn er twee bakstagen: staaldraden die ter weerszijden schuin naar achteren lopen. Zij komen meestal op jachten met meer dan 18 m2 voor, indien het grootzeil vierhoekig is en er om die reden geen achterstag gevoerd kan worden. Zij dienen om de krachten, die de mast naar voren willen doen breken, op te vangen.
Het voorstag voorkomt onder andere mastbreuk in achterwaartse richting: de beide wanten houden de mast in zijdelinge richting op zijn plaats en steunen ook enigszins naar voren, omdat zij iets achter de mast aan dek aangrijpen.

Rondhouten

Rondhouten zijn lange ronde stukken hout aan boord. Tegenwoordig kan dit ook aluminium zijn. De mast is het grootste rondhout. Onderaan het grootzeil hangt de giek: een rondhout dat nodig is om het zeil in zijn juiste stand te houden.

Bovenaan het grootzeil zit vaak een dergelijk onderdeel. De gaffel. De gaffel dient onder andere om het grootzeil, als dit vierhoekig is, in zijn geheel in de juiste stand te kunnen hijsen. Bij een driehoekig grootzeil is de gaffel overbodig. Daar staat tegenover dat de mast langer moet zijn en de wijze waarop de mast gestaagd wordt is dan ook iets ingewikkelder. Gestaagd is het overeind gehouden worden door staaldraden.

De giek en de gaffel zijn draaibaar aan de mast bevestigd met een soort vork. De klauw. Bij de giek is dit soms geen klauw, maar een lummelbout. De lummelbout heeft hetzelfde doel.

De zeilen

Zijn er twee zeilen aanwezig op een boot, spreekt men van sloeptuig.
  • grootzeil – het grootste zeil en bevindt zich achter de mast
  • fok – het kleinere zeil en bevindt zich vóór de mast.De fok is driehoekig en loopt meestal tot iets voorbij de mast door.

Cattuig is een boot met alleen een grootzeil.

Lijken. de randen van het zeil – vóórlijk, onderlijk, achterlijk en bovenlijk.

Het boven- en onderlijk van een grootzeil zijn meestal ingelaten in de rondhoute, althans in de giek en als er ook een gaffel aanwezig is op dezelfde wijze daarin. Het dikke deel van het lijk, een stuk touw. lijkentouw, dat er aan vast genaaid is, zit klem in een uitsparing van het hout. Het zeil kan in de lengterichting in de rondhouten in- en uitgeschoven worden en wordt dan vooraan bij de mast met een sluiting vastgezet en achteraan door middel van een bindsel, in een gat in het rondhout strak getrokken en vastgezet.

Bij oudere schepen zijn de zeilen gemarteld. met behulp van een dunne lijn bevestigd door versterkte gaatjes (kousjes) in de lijken aan de rondhouten. Aan de mast zord een gaffelgrootzeil bevestigd door middel van een rijglijn.

Lopend want

Het hijsen van de zeilen geschiedt met de vallen. een touw waarmee een zeil gehesen wordt.
  • Fokkeval: de lijn waarmee de fok omhoog wordt gehaald.
  • Zeilsval: de lijn waarmee het grootzeil omhoog wordt gehaald
  • Schoten: touwen die dienen om het zeil waar ze aan vast zitten in de juiste stand ten opzichte van de wind vast te houden of te brengen.
  • Eén van de twee vallen heet de klauwval: komt vlak bij de klauw van de gaffel en de andere heet nokkeval/ piekeval: grijpt meer bij het uiteinde van de gaffel aan.
  • Aan het grootzeil zit de grootschoot, aan de fok twee fokkeschoten, aan elke kant van de mast één. De fok is het nuttigst als hij iets voorbij de mast loopt, vandaar de twee schoten.
  • Schootringen met blok: hier wordt de grootschoot doorheen gehaald en bevindt zich op ongeveer 1/3 deel van achteren. De schootring lijkt veel op een hoefijzer en dient om het blok waar de grootschoot door loopt, vrij te laten blijven van het grootzeil als dit gereefd wordt met een rolrif. In dit geval wordt de giek namelijk gedraaid om wijn lengte-as en rolt het grootzeil om de giek. Het grootschootblok zou dan in het grootzeil meerollen als het niet via een schootring aan de giek vastgemaakt zou zijn.

Het vaantje

Bovenop de mast zit een vaantje, wat officieel een waker heet. Dit dient alleen om hen, die moeite nemen er naar te kijken, ten allen tijde te vertellen uit welke hoek de wind waait ten opzichte van de scheepsas.

Romp en kiel

Het cship zelf bestaat onder andere uit het dek en de romp. Onder aan die romp hangt bij een scherp jacht een of ander driftbeperkingsmiddel. Dit kan zijn een vaste houten of stalen kiel of een stalen middenzwaard. Het middenzwaard is beweegbaar en kan opgehaald worden in de waterdichte zwaardkast die zich in de kuip bevindt. De kuip is de ruimte waar men aan boord in zit.

Kleine bootjes hebben soms en houten steekzwaard. Rond- en platbodems hebben twee ophaalbare zijzwaaarden als driftbeperkingsmiddel. De ballast dient om de stabiliteit van het jacht te vergroten. Hoe lager die geplaatst is, hoe groter het nuttig effect. Het ballast is lood, ijzer of beton met ijzeren pondsdoppen. Vandaar dat het laagste punt van de vaste kiel wordt gebruikt voor het plaatsen ervan. In mid- en zijzwaarden brengt men geen ballast aan, omdat het ophalen dan te moeilijk zou worden.

Het roer

Het roer dient voor de fijnere afwerking van het sturen van het jacht. Voor een groot deel gebeurt dit sturen namelijk met de zeilen zelf, dat wil zeggen, als een goed stuurman aan de helmstokzit. De helmstok is het stuk rondhout dat men in de hand houdt. Onder water zit het roerblad. Vele stuurlui vergeten dat elke roerbeweging behalve een sturende ook nog een remmende kracht heeft!

Bakboord en stuurboord

Op de boot kunt u wel spreken van links en rechts, maar dit hangt er van af waar de spreker met zijn gezicht naar toe staat. Om deze reden is bakboord en stuurboord ingevoerd.
  • Stuurboord: de rechterhelft van de boot, naar voren gezien. Vroeger zat namelijk het roeiriem en het roer aan de rechterkant
  • Bakboord: ‘bak’ betekent rug. Dus de stuurman die met zijn gezicht naar het ‘stuur’ (dus naar stuurboord stond), keerde zijn rug naar de linkerzijde.

Lees verder

© 2007 - 2017 Jootje, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Een zeilboot of zeiljacht kopen, waar moet u op letten?Een zeilboot of zeiljacht kopen, waar moet u op letten?Een zeilboot of zeiljacht geeft u vrijheid op het water. Zeilboten worden tegenwoordig gemaakt van allerlei materialen,…
Geluidsseinen in de scheepvaartIn de scheepvaart worden vele geluidsseinen gebruikt. Elk geluidsein heeft zijn eigen betekenis. Zo is er bijvoorbeeld e…
Zeilen in een OptimistZeilen is een wereldwijde watersport. Er wordt heel veel recreatief gezeild maar ook in wedstrijdverband. Bij zeilen maa…
Motormanoeuvreren met een zeiljacht: wiel- of schroefeffectMotormanoeuvreren met een zeiljacht: wiel- of schroefeffectDe manoeuvreereigenschappen van een schip worden door een aantal factoren bepaald. Namelijk het gewicht, het onderwaters…
Open zeilboot kopen: informatieOpen zeilboot kopen: informatieEen boot uitkiezen is net zoiets als het aangaan van een nieuwe vriendschap: je moet elkaar liggen en dezelfde dingen le…

Reageer op het artikel "Zeilen: De onderdelen en hun doel"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Jootje
Laatste update: 02-08-2007
Rubriek: Sport
Subrubriek: Watersport
Schrijf mee!